Sociale hervormingen - pagina 186
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
242
moet zijn aangegaan. Zij vreesden, dat dientengevolge bedingen, welke van de algemeene geldende bepalingen afwijken, minder vaak zullen worden gemaakt dan gewenscht moet worden geacht en gaven daarom de voorkeur aan het voorschrift van art. 1637 k van het Regeeringsontwerp van 1901, volgens hetwelk in geval van strijd tusschen bepalingen van een reglement en van de arbeidsovereenkomst de bepalingen van laatstgenoemde zouden gelden ook zoo zij mondeling was aangegaan. Art. hier
1637
getroffen
r.
Sommige
regeling
leden waren van oordeel, dat bij de met de belangen van den arbeider op
geheel onvoldoende wijze rekening wordt gehouden. De Minister zegt in de Memorie van Toelichting, dat het voorschrift, in het ontwerp-DRUCKER opgenomen, volgens hetwelk wijzigingen van
een reglement eerst na zekeren tijd in werking kunnen treden, een pover surrogaat is voor wat eene logische uitwerking der eenmaal aanvaarde opvatting omtrent het rechtskarakter van het reglement aangeeft. Deze leden waren intusschen van oordeel, dat de thans voorgestelde regeling, volgens welke de arbeider, die zich met de nieuwe arbeidsvoorwaarden niet kan vereenigen, den dienst zal hebben te verlaten, een niet minder pover surrogaat is voor dien arbeider, wien het immers niet past werkeloos op straat te staan en die daarom in de meeste gevallen feitelijk wel gedwongen zal zijn, zich aan de nieuwe voorwaarden te onderwerpen. Blijkens de Memorie van Toelichting meent de Minister, dat de voorgestelde regeling er ongetwijfeld toe zal bijdragen te verhinderen, dat de werkgever zonder goede gronden de arbeidsvoorwaarden wijzigt, wetende, dat hij de kans loopt door zijne verandering van het reglement zijne arbeiders te verliezen. Sommige leden deelden in dit gevoelen niet en vreesden integendeel, dat de werkgever de hem hier geboden gelegenheid zal aangrijpen om door wijziging van de arbeidsvoorwaarden het aan arbeiders, die hij kwijt wil zijn, onmogelijk te maken langer in zijn dienst te blijven.
Hiertegen werd echter aangevoerd, dat de werkgever, aan dezen toeleg uitvoering gevende, gevaar zal loopen met de slechte werklieden ook de goede te verliezen, omdat het maken van uitzonderingsbepalingen voor een van beide categorieƫn van arbeiders in de practijk zeker niet doenlijk zal blijken. Van gedachten werd gewisseld over de vraag, of de hier voorgestelde regeling ook van toepassing moet worden geacht in een geval, waarin eene dienstbetrekking voor bepaalden tijd is aangegaan, zooals bijv. ten aanzien van een leeraar aan eene particuliere kostschool. Terwijl men eenerzijds van oordeel was, dat voor zoodanig geval de regeling niet is geschreven en men ten bewijze van de juistheid dezer opvatting wees op het tweede lid, dat met zijne verwijzing naar den opzeggingstermijn, bedoeld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's