Sociale hervormingen - pagina 187
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
ï75
de electrische sterkstroom opgewekt wordt en waar in den regel slechts personeel aanwezig is, dat volkomen bekend is met de gevaren, die het bedrijf ter plaatste medebrengt. Niettemin kan het voorkomen, dat schutkappen of dergelijke beveiligingen daar ter plaatste niet kunnen worden aangebracht omdat de werkzame deelen van verschillende apparaten, bijv. schakelaars, onder voortdurende controle moeten blijven. Alleen de bevoegde ambtenaar zal hebben te beoordeelen waar het ontoegankelijk maken al of niet behoort plaats te hebben.
ArL 194. De eerste zinsnede komt voor in art. 19 onder 24 van het Veiligheidsbesluit. De bepaling omtrent aan de aarde liggende geleiders is opgenomen omdat de ervaring heeft geleerd, dat aan het behoorlijk onderhoud dezer geleidingen soms weinig zorg wordt besteed. Daar deze geleiders veelal aan electrolytische werkingen zijn blootgesteld kunnen zij plaatselijk snel verteren, in welk geval zij dikwijls niet voldoen aan hetgeen op een gegeven oogenblik ervan moet worden verlangd. Ari. 195. Het voorschrift is ontleend aan art. 19 onder 25 van het Veiligheidsbesluit. Aan het daar bepaalde is toegevoegd, in het oog dat de veiligheidsinrichtingen de smeltstukken vallend moeten zijn geplaatst ten einde het toezicht op deze belangrijke onderdeelen te vergemakkelijken. Bovendien moeten de smeltstukken zoodanig zijn geplaatst, dat zij goed bereikbaar zijn. Dit voorschrift is van groot belang; het bevordert het in goeden toestand houden der smeltstukken, omdat, wanneer zij slecht toegankelijk zijn, die stukken wel eens worden vervangen door metaal, hetwelk niet aan het doel kan beantwoorden.
—
—
Ar^. 196. Voor zoover het artikel eene bepaling bevat over het periodieke onderzoek en het vermelden van de uitkomsten daarvan, komt het vrij wel overeen met art. 19 onder 26 van het Veiligheidsbesluit. Hierin was niet voorgeschreven, dat de in een register moesten worden aangeteekend, hethooge mate wenschelijk voorkomt. Bovendien is voorgeschreven, dat in het register ook moeten worden aangeteekend welke herstellingen, vernieuwingen en uitbreidingen aan de electrische inrichting hebben plaats gehad. Deze veranderingen worden veelal aangebracht nadat de inrichting door den installateur is afgeleverd en vereischen in het bijzonder de aandacht van den
uitkomsten
geen
in
controleerenden ambtenaar. Voor zooveel noodig zij nog opgemerkt, dat in tegenstelling met hetgeen in art. 197 is bepaald, het artikel slechts betrekking heeft op periodieke onderzoekingen, waarvoor het hoofd of de bestuurder der fabriek of werkplaats heett te zorgen. Hij kan, zoo hij daartoe in staat is, die onderzoekingen zelf doen, of wel zulks opdragen aan een anderen deskundige.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's