Sociale hervormingen - pagina 291
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
279
Kinderen beneden 14 jaar mogen niet langer dan met \ uur rust daartusschen werken en jeugdige arbeiders beneden 18 jaar niet meer dan o uren met pauzen van te zamen 2 uren. In de pauzen mogen zij niet in de werkZweden.
6 uren per etmaal
i
lokalen blijven. Nachtarbeid
is
aan minderjarigen verboden.
van 10 Juli 1891 verbiedt aan kinderen onder 1 4 jaar tusschen 8 uur 's avonds en 8 uur 's morgens op straat of in lokalen bloemen, drukwerk en andere voorwerpen te verkoopen of ten verkoop aan te bieden. Voor de bergwerken en metaalindustrie zijn eenige uitzonderingen op de genoemde bepalingen toegelaten.
Het Koninklijk
besluit
—
Noorwegeo. Kinderen van 12 14 jaar mogen niet langer dan uur per etmaal werken; jeugdige arbeiders van 14 18 jaren 10 uren met een rusttijd des middags van 1 uur en een van \ uur na iedere 4^ uur arbeid. Leerplichtige kinderen mogen niet gedurende den schooltijd en jeugdige arbeiders niet gedurende den nacht (8 6) werken. Hierop zijn enkele uitzonderingen 6
—
—
toegestaan.
De arbeidstijd voor vrouwen wordt, evenals die voor mannen, geregeld door § 28 der wet van 1892, die bepaalt, dat in bedrijven, aan welke groote gevaren verbonden zijn, een Koninklijk besluit den arbeidstijd beperken en zelfs voor lederen dag vaststellen kan. Vermelding verdient nog, dat de wet op de bakkerijen den arbeidsduur tot 12 uren beperkt met inbegrip van de rusttijden en nacht- en Zondagsarbeid verbiedt. Ten aanzien van deze wet zij nog verwezen naar § 2 van dit hoofdstuk, waar de inhoud meer uitvoerig is vermeld. Rusland. Voor vrotiwen is bij de wet van 3 Juni 1885, nachtarbeid (van 9 5) in katoen-, wol- en linnenfabrieken verboden. De ministerieele beschikking van 10 Maart 1886 heeft dit verbod ook uitgestrekt tot vlasspinnerijen en -hekelarijen en tot fabrieken, waar weefsels, uit gemengde grondstoffen samengesteld, worden vervaardigd. In bijzondere gevallen en wanneer de vrouw met het hoofd van het gezin samenwerkt, staat de wet van 24 Februari 1890 nachtarbeid toe, wanneer daarop tot des middags rust wordt toegestaan. In andere bedrijven geldt voor de vrouw ten aanzien van arbeidsduur en rusttijden hetzelfde als voor den man. Eene regeling van den arbeidsduur voor mannen is vervat in de wet van 2/14 Juni 1897, doch op de bepahngen dezer wet zijn bij verschillende ministerieele beschikkingen in zoo kwistige mate uitzonderingen toegestaan (bij die van 24 Februari 1898 is zelfs de maximum-arbeidsduur opgeheven), dat van die wet ongeveer niets meer van kracht is en de arbeidsduur in een massa gevallen voor bijna alle bedrijven zeer aanzienlijk kan worden verlengd. Volgens de wet van 3 Juni 1885 géléï voor jeugdige arbeiders
—
van
/j toi ly
jaar hetzelfde
als
voor vrouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's