Sociale hervormingen - pagina 77
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
65
mag duren en na eiken werktijd een rusttijd van ten minste een half uur moet worden toegekend. dan 4 uur
Artikel 304.
Door
of
namens Onzen Minister kan voor eene
fabriek of
werkplaats onvoorwaardelijk of voorwaardelijk, doch niet dan voor een bepaalden tijd, schriftelijk vergunning worden verleend om den in het vorige artikel bedoelden rusttijd te wijzigen of te verminderen. Artikel 305.
Wordt de in artikel 303 bedoelde rusttijd door Onzen Minister tusschen andere uren gesteld dan tusschen 1 1 uur des voormiddags en 3 uur des namiddags, dan kan worden bepaald, dat die rusttijd meer dan een uur moet bedragen. Artikel 306.
De
lid of in artikel 303 bedoelde rusttijd, ingevolge artikel 304 voor de laatstgenoemde in de plaats treedt, moet worden doorgebracht in een doelmatig, behoorlijk verlicht, zindelijk gehouden, 's winters voltenzij de doend verwarmd lokaal, geen werklokaal zijnde, of weersgesteldheid hoogst ongunstig is buiten de fabriek of
in artikel 270,
benevens de
rusttijd,
derde die
—
—
werkplaats.
De in artikel 273 bedoelde rusttijd moet worden doorgebracht buiten de fabriek of werkplaats. Door of namens Onzen Minister kan onvoorwaardelijk of voorwaardelijk, doch niet dan voor een bepaalden tijd, schriftelijk vergunning worden verleend, dat een of meer jongens, meisjes of vrouwen een in het eerste of tweede lid bedoelden rusttijd niet buiten de fabriek of werkplaats doorbrengen. De vergunning kan te allen tijde door Onzen Minister worden ingetrokken. Artikel 307.
Alvorens van een der in de artikelen 301, 304 en 306 bedoelde vergimningen gebruik te kunnen maken is het hoofd of de bestuurder van de fabriek, de werkplaats of den winkel verplicht de vergunning op te hangen, en, zoolang hij daarvan gebruik maakt, opgehangen te houden, naast de in artikel 393 bedoelde arbeidslijst.
Artikel 308.
Een jongen, een
meisje of eene vrouw, ten aanzien van wien of wie geene vergunning is verleend, als bedoeld in artikel 306, wordt, tenzij het hoofd of de bestuurder het tegendeel aantoont, geacht in de fabriek of werkplaats werkzaam te zijn wanneer de jongen, het meisje of de Vrouw buiten het schaftlokaal wordt aangetroifen III.
5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's