Sociale hervormingen - pagina 179
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
167 arbeiders gevaar kunnen loopen vooral door de aanraking van lood in verschillende vormen met de handen. Voor zooveel noodig zij de aandacht er op gevestigd, dat in art. 201 onder b en in art.
206 onder b nog werklokalen zijn opgenoemd,
waarin de
arbeiders aan bijzondere bescherming moeten worden onderworpen maar waarop art. 121 en art. 1 2 2 niet van toepassing behooren te zijn. Eindelijk zijn eenige werklokalen, opgesomd in art. i onder A. van het Veiligheidsbesluit, niet opgenoemd in art. 1 2 1 van het ontwerp omdat in die werklokalen ing-evolge art. 67 geen jongens, meisjes en vrouwen arbeid mogen verrichten. Ingevolge het bepaalde in art. 208 is op die werklokalen, waarin dus alleen mannen werkzaam kunnen zijn, het voorschrift van art. 122 van toepassing. Niet elke hoeveelheid lood, die in eene in art. 121, onder a, bedoelde stof wordt aangetroffen, behoort aanleiding- te geven om te kunnen eischen, dat in het werklokaal geen voedsel gebruikt worde. Immers in die stoffen kunnen sporen lo.od voorkomen, die hunne aanwezigheid slechts aan toevallige omstandigheden danken. Aanvankelijk geheel loodvrije stoffen moeten in toestellen worden verwerkt, waarin zich te voren loodverbindingen bevonden, terwijl het practisch niet mogelijk is die toestellen zoodanig te reinigen, dat zij geheel loodvrij zijn. In verband daarmede is bepaald, dat het artikel slechts dan van toepassing is wanneer meer dan eene zekere hoeveelheid lood aanwezig- is. De aanduiding van die hoeveelheid is overgelaten aan een algemeenen maatregel van bestuur. Wel is in art. i onder van het Arbeidsbesluit deze hoeveelheid aan lood op ^2 pct. van het gewicht in drogen toestand bepaald, maar het vastleggen van die hoeveelheid in de wet schijnt toch niet raadzaam met het oog op de mogelijkheid, dat dit percentage lager zoude kunnen worden bepaald. Uit de redactie onder c volgt, dat ook andere dan de daar met name genoemde verbindingen en stoffen zoo schadelijke dampen kunnen doen ontstaan, dat de werklokalen, waarin zulks in den regel plaats heeft, moeten worden aangemerkt als te behooren tot de rubriek c. Soortgelijke opmerking kan worden gemaakt bij den aanhef van de rubriek g, waar sprake is van vergiftige stoffen als lood, loodlegeeringen, loodverbindingen. Ook hier zijn de drie genoemde
A
stoffen als voorbeelden
— 126.
opgesomd.
De voorschriften aangaande privaten zijn ontvan het Veiligheidsbesluit. Die voorschriften hebben echter aanvulling ondergaan. In de eerste plaats bevat het Veiligheidsbesluit geen voorschrift, waaruit blijkt, dat voor de arbeiders in elke fabriek een privaat ter beschikking moet zijn. Toch kan een dergelijk voorschrift volstrekt niet worden geacht van te ver gaande strekking te zijn zelfs voor de werkplaatsen. Met het oog daarop is het eerste lid van art. 123 in het ontwerp opgenomen. Artt.
123
leend aan
art.
15
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's