Sociale hervormingen - pagina 184
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
240
ment
zal
moeten worden gegeven,
zal
de werkgever
allicht
van
het daarin opnemen van vexatoire bepalingen worden weerhouden. Verdere voorschriften behooren niet tot de civielrechtelijke regeling van de arbeidsovereenkomst en vallen dus buiten het kader
van
dit
Van
wetsontwerp.
men er zijne ingenomenheid mede waar eene keuze moest worden gedaan tusschen
verschillende zijden gaf
te kennen, dat,
de twee meeningen, die omtrent het rechtskarakter van het arbeidsreglement bestaan, de voorkeur is geschonken aan de opvatting, ook in het ontwerp-DRUCKER gehuldigd, volgens welke het reglement geacht wordt een bestanddeel der overeenkomst uit te maken. Men meende, dat deze opvatting uit een practisch oogpunt meer aanbeveling verdient dan de andere meening, die in het Regeeringsontwerp van 1901 was gehuldigd. Art. 1637/. Terwijl in het ontwerp-DRUCKER is bepaald, dat de arbeider of zijn wettelijke vertegenwoordiger door onderteekening van een ontvangbewijs moet hebben te kennen gegeven, dat hij met de in het reglement voorkomende bepalingen bekend is, houdt het ontwerp omtrent de wijze, waarop de arbeider moet hebben verklaard zich met het reglement te vereenigen, geen voorschrift in. In de Memorie van Toelichting wordt opgemerkt, dat de werkgever ongetwijfeld ter wille van de rechtszekerheid, ook in zijn welbegrepen eigenbelang, de bedoelde verklaring door den arbeider schriftelijk zal doen afleggen, bijv. door onderteekening van een exemplaar van het reglement onder den werkgever berustende. Sommige leden meenden echter, dat de rechtszekerheid eischt, de wijze, waarop van de verklaring moet blijken, in de wet uitdrukkelijk te regelen, hetzij dan daarvoor worde gekozen de vorm in het ontwerp-DRUCKER, hetzij die in de Memorie van Toelichting genoemd. 1 . Naar aanleiding van de vraag, of ook aan losse werklieden, aan bootwerkers als te Rotterdam bijv., een volledig exemplaar van het arbeidsreglement gratis door of vanwege den werkgever moet worden verstrekt, werd opgemerkt, dat deze vraag hare beantwoording vindt in de begripsbepaling van art. 1637 a. Geldt het hier personen, die eene arbeidsovereenkomst hebben aangegaan, dan is op hunnen werkgever de bepaling van art. 1637/, i ., van toepassing voor andere personen is de bepaling niet geschreven. Sommige leden zouden gaarne hebben gezien, dat het vereischte, in het ontwerp-DRUCKER gesteld, omtrent het ophangen van een exemplaar van het reglement op een voor den arbeider gemakkelijk toegankelijke plaats, zoo mogelijk in het arbeidslokaal, in het ontwerp ware overgenomen. Blijkens de Memorie van Toelichting acht de Minister dit onnoodig en is hij van oordeel, dat, afgezien nog van de bezwaren, welke de vervulling van een dergelijken eisch met zich zoude brengen, door de uitreiking van ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's