Sociale hervormingen - pagina 263
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
319
vervanging van het onwettig vastgestelde loon. Tevens heeft de bepaling eene wijziging ondergaan, welke het gevolg is van de uitsluiting der bevoegdheid van partijen om het loon in buitenlandsch geld vast te stellen. In aansluiting aan het gevoelen der leden, die zich voorts met de bepalingen van dit artikel konden vereenigen, meent de ondergeteekende, dat door hen, die tegen die bepalingen bedenkingen hadden, te weinig aandacht is geschonken aan de preventer
tieve kracht, die noodwendig van dit artikel moet uitgaan. Er bestaat geene reden om bij den arbeider meerdere bekendheid of waakzaamheid te verwachten ten aanzien van het recht, dat hij uit dit artikel zou kunnen putten, dan bij den werkgever aangaande de verplichting tot meerdere betaling, welke hij bij overtreding der wet er aan ontleent. De ondergeteekende vertrouwt dan ook, dat slechts bij hooge uitzondering dit artikel practisch eenige andere beteeken is zal hebben dan die eener waar-
schuwing voor den werkgever om de bepalingen van art. 1637/ na te leven. In verband hiermede meent hij zich dan ook niet te moeten verzetten tegen den wensch der leden, die aan deze bepaling gaarne een dwingend karakter zagen toegekend. Aan de slotopmerking op dit artikel, betreffende de punctuatie, is gevolg gegeven. stiptelijk
Art. 1637 m. Ook door den ondergeteekende is met groote belangstelling kennis genomen van het in het Voorloopig Verslag terecht geprezen rapport der Kamer van Arbeid voor het schoen-
makersbedrijf te Waalwijk; de eenige reden waarom het in de Memorie van Toelichting niet werd vermeld, is dan ook gelegen in de omstandigheid, dat deze reeds het Departement had verlaten vóór het rapport te zijner kennis kwam. Dat de voorgestelde bepalingen, of welke wettelijke voorschriften ook, bij machte zullen zijn alle euvelen te keeren, welke gemeenlijk onder de benaming „gedwongen winkelnering-" worden aangeduid, kan niet worden verwacht. Terecht werd intusschen ingezien, dat door die bepalingen, voor zooveel noodig verbeterd en aangevuld, aan het euvel in zijn ernstigsten vorm iedere rechtsgrond ontnomen zal worden. Heeft de wetgever op de voorgestelde wijze zijn stem duidelijk tegen de gedwongen winkelnering verheven, dan behoort in de eerste plaats te worden afgewacht, of de arbeiders zelven met dien machtigen steun het kwaad, in welken vorm het zich ook trachte te openbaren, niet krachtdadig zullen kunnen fnuiken. Eerst wanneer zij zelven daartoe niet bij machte zullen blijken, in weerwil van den steun, dien de burgerlijke wetgever hun thans biedt, zal de hulp van het strafrecht ingeroepen kunnen en moeten worden. Dit is intusschen zeker, dat, waar de wetgever het ongeoorloofde en daarmede het onzedelijke van de gedwongen winkelnering zoo duidelijk heeft uitgesproken, de arbeider voortaan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's