Sociale hervormingen - pagina 116
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
:
:
378
gehuurd en heeft toen een handgeld van f25 ontvangen. Tot I Juni ontvangt hij verder geen loon. Het ongeval heeft dus geene nadeelige financieele gevolgen voor dien verzekerde.
Het
loon,
dat
hij
verdiend
heeft
in het
afgeloopen seizoen,
bedraagt f 25 (het hem in Maart verstrekte handgeld) f425 (hetgeen hij van Juni af besomd heeft) f450 te zaïnen. i
Het loon, dat hij zou verdiend hebben, indien hij niet door het ongeval was getroffen, bedraagt eveneens f450. Hij heeft over den tijd van zijne ongeschiktheid tot werken, gedurende 22 dagen van de Rijksverzekeringsbank volgens art. 35 eene uitkeering ontvangen van 50 pet. van zijn dagloon, dus:
2.x. .50X5 ^ f, 100
In het seizoen
geheel
heeft
hij
^
dus ontvangen over het afgeloopen
f 25 -f 16.50
-f-
425
= f466.50.
Hij zou zonder het ongeval ontvangen hebben f 450. Het verschil tusschen de loonen, bedoeld in art. 42, onder a
en
b,
is
in dit
geval
nihil.
Volgens art. 44, tweede lid, is de verzekerde nu verplicht aan de Rijksverzekeringsbank te restitueeren f 16,50, zijnde het geheele bedrag, dat
Nog
eenige
hij
als uitkeering heeft
ontvangen.
algemeene opmerkingen over de beteekenis der
artikelen 42 tot en met 48 mogen hier volgen. De afrekening heeft eerst plaats aan het einde van het seizoen. Eerst dan is bekend wat ieder besomd heeft of besomd zou hebben en op dat tijdstip vindt in de visscherij gewoonlijk de uitbetaling der loonen plaats. Daar volgens art. 14 onder loon wordt verstaan hetgeen de verzekerde in het zeevisschersbedrijf verdient, zoo kunnen voor de berekening alleen in aanmerking komen die inkomsten, welke de verzekerde uit dat bedrijf trekt,
dus niet hetgeen bedrijf
hij als vergoeding voor zijn arbeid dan het zeevisschersbedrijf ontvangt.
in
een ander
Artikel 42, laatste lid. Daar de verzekerde van de Rijksverzekeringsbank geene hoogere uitkeering kan ontvangen dan die, welke berekend is naar een dagloon van vier gulden (zie art. 16, laatste lid) zoo moet bij de eindrekening alleen rekening gehouden worden met het werkelijk loon, dat een bedrag van f 1236 niet te boven gaat. Het bedrag van f 1236 is het product van f 4 en het aantal dagen (309) na aftrek der Zondagen en algemeen erkende Christelijke feestdagen, waarop per jaar in den regel
gewerkt wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's