Sociale hervormingen - pagina 59
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
;
:
321
wel geldt voor den Zuiderzeevisscher en hem, die het visschersbedrijf uitoefent op de Wadden of op de Zeeiiwsche en Zuidhollandsche stroomen, doch niet voor den Noordzeevisscher, blijft voor dezen alleen over een actie ontleend aan het Burgerlijk Wetboek of aan het Wetboek van Koophandel. Ten aanzien van het onvoldoende van de regeling voorkomende in de art. 1401 en volgende van het Burgerlijk Wetboek meenen de ondergeteekenden te kunnen volstaan met te verwijzen naar hetgeen daaromtrent in de Memorie van Toelichting op het ontwerp, dat bij Koninklijke Boodschap van 25 April 1898 wxrd ingediend, is gezegd (Zitting 1897/98, 182, 3, bladz. 2 en volg.).
De bezwaren er i". voorziet
tegen de
bestaat
artt.
groote
1401 en volg. aldaar aangevoerd zijn
onzekerheid
in
welke gevallen de wet
2. de toestand van den werkman is bij het voeren van een proces ongunstig met betrekking tot den bewijslast: 3. het proces kan langdurig zijn en gedurende dien tijd is de getroffen werkman onverzorgd. Wint hij zijn proces, dan kan
blijken, dat zijne tegenpartij insolvent is;
de werkman mist het recht op vergoeding zoo het ongeval is óf door hoe geringe schuld ook van hem zelf, óf door overmacht, of door niet bekende oorzaken. 4".
ontstaan
Enkele van bovenvermelde bezwaren gelden eveneens tegen de bepalingen van de artikelen 423 en volg. van het Wetboek van Koophandel, welke intusschen door meer nauwkeurige omschrijving zeer gunstig afsteken bij de vage en minder duidelijke voorschriften van de artikelen 1401 en volg. van het Burgerlijk Wetboek. De artt. 423 en volg. van het Wetboek van Koophandel erkennen uitdrukkelijk het recht van den schepeling op vergoeding in geval hij gedurende de reis in dienst van het schip gewond of verminkt wordt. Alvorens deze artikelen nader onder het oog te zien, dient intusschen eerst de vraag gesteld te worden of het tweede boek van het Wetboek van Koophandel, dat handelt over de rechten en verplichtingen uit scheepvaart voortspruitende, en waarin de bewuste artikelen voorkomen, ook van toepassing is op zeevisschersvaartuigen. Deze vraag heeft alleen beteekenis voor den Noordzeevisscher, daar de Zuiderzeevisscher, ook al ware art. 87 der Ongevallenwet 1901 niet voor hem geschreven, geene aanspraken zou kunnen ontleenen aan eenige bepaling van het Wetboek van Koophandel, vermits art. 754 j". 749 van dat Wetboek uitdrukkelijk bepaalt, dat art. 423 en volg. van het Wetboek van Koophandel niet toepasselijk zijn op schepen en vaartuigen, I.
21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's