Sociale hervormingen - pagina 585
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
641
De Ongevallenwet
1901 verstaat onder werkgever ieder natuurof rechtspersoon, die anderen in dienst heeft voor de uitoefening van een volgens die wet verzekeringsplichtig bedrijf. In dit ontwerp is echter het begrip werkgever ruimer en valt daaronder ook de ondernemer, die zonder hulp van werklieden lijk
een landbouwbedrijf uitoefent. Immers volgens artikel 1 zijn ook de werkgevers in de landbouwbedrijven verzekerd. Werd de redactie der Ongevallenwet 1901 overgenomen, dan zou niet verzekerd worden de werkgever, die. zonder arbeiders een landbouwbedrijf uitoefent. Vandaar in het eerste lid van art. 2 de woorden: „of ieder natuurlijk persoon, die voor eigen rekening een of meer dier bedrijven uitoefent, zonder daardoor anderen in dienst te hebben."
Voor het begrip werkman wordt alhier als verdat de werknemer als vergoeding voor zijn arbeid eene uitkeering ontvangt. Met het woord „uitkeering" worden niet alleen bedoeld uitkeeringen in geld of in natura, maar ook bijv. het recht om gras te maaien op het land van den Tweede
eischte
lid.
gesteld,
werkgever of om aldaar schapen te laten grazen enz., mits recht gegeven wordt als vergoeding voor verrichten arbeid.
Derde
dit
lid. In den landbouw komt het zeer dikwijls voor, dat geheele huisgezin, daaronder ook de echtgenoote, in het bedrijf van den vader of echtgenoot werkzaam is. Deze personen staan dan aan dezelfde gevaren bloot als de werkman in het bedrijf. De kinderen, die in de landbouwonderneming van hun vader werkzaam zijn, kunnen geacht worden werklieden te zijn in den zin van het tweede lid van dit artikel, indien zij tegen eene vergoeding voor hun arbeid in de onderneming van hun vader werkzaam zijn. Hetzelfde geldt voor de overige bloed- of aanverwanten. Ten aanzien van de echtgenoote kan men naar de meening van den ondergeteekende moeilijk spreken van eene dienstbetrekking of van het verdienen van loon. Op deze punten is intusschen de meening in Duitschland verdeeld. Het Reichs-Versicherungsambt en andere rechterlijke colleges nemen aan, dat de eene echtgenoot, die in de onderneming van den anderen echtgenoot werkzaam is, niet kan worden beschouwd als werkman „da die sittliche Auffassung der Ehe als des Verhaltnisses zweier zu ungetheilter Lebensgemeinschaft berufener Personen sich nicht mit den das soziale Verhaltniss des Arbeitgebers und Arbeitnehmers beherrschenden Begriffen vertragt, welche in das Verhaltniss der allgemeinen Gleichberechtigung der Ehegatten den damit nicht vereinbaren Gegensatz wirthschaftlicher Abhangigkeit des einen vom anderen hineintragen würden". (Handbuch der Unfallversicherung 1901, bl. 12). Een tegenovergestelde opvatting wordt gehuldigd door gezag-
het
II.
41
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's