Sociale hervormingen - pagina 156
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
2 12
hare formeele vereischten vormt eene groote belemmering. Ook de kosten, aan eene procedure, zelfs voor het kantongerecht, verbonden, zullen in menig geval een ernstig bezwaar opleveren. En nu kan wel de minvermogende arbeider verlof krijgen tot kostelooze procedure, doch daardoor wordt de behandeling nog langduriger. Er is reden om te vreezen, dat de gekrenkte partij vaak de rechtskrenking maar zal dulden, liever dan zich te wagen aan den omslag en de uitgaven verbonden aan het instellen van eene rechtsvordering. Natuurlijk gevolg van deze onthouding zal zijn, dat de werkgever, vermoedende, dat tegen hem eene rechtsvordering niet zal worden ingesteld, zich allerlei grootere en kleinere inbreuken op des arbeiders rechten zal veroorloven en dat zoo de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst veel van hare beteekenis zal verliezen. Daarom was men van oordeel dat, zal de kantonrechter voor het beslissen van de hier bedoelde rechtszaken worden aangewezen, vereenvoudiging en bespoediging van de te volgen procesorde met deze aanwijzing gepaard zal moeten gaan of daarop in de naaste toekomst zal moeten al
volgen.
Verscheidene leden gingen echter verder en betoogden dat de beslissing in zaken als het hier geldt, niet aan den kantonrechter
kan worden toevertrouwd, maar op het voetspoor van Duitschland metzijne „Gewerbegerichte", of van Frankrijk met zijne „conseils de prud'hommes", aan speciale rechtbanken moet worden opgedragen. Terwijl nu sommigen meenden, dat Kamers van Arbeid voor deze nieuwe taak als het ware aangewezen zijn, achtten anderen deze colleges voor het uitoefenen van rechtspraak geenszins geschikt en zouden zij aan de instelling van afzonderlijke colleges, waarvan de leden al dan niet door de belanghebbende zouden zijn te kiezen, verre de voorkeur schenken. Van andere zijde werd echter opgemerkt, dat het twijfelachtig is, of de bepalingen van het vijfde hoofdstuk der Grondwet „van de Justitie" en in het bijzonder die van de artt. 153, 154 en 166 niet moeten worden geacht aan verwezenlijking van denkbeelden van dezen aard in den weg te staan. Door verscheidene leden werd verder betoogd, dat het niet wenschelijk is, tal van zaken aan den gewonen rechter te onttrekken en aan speciale colleges op te dragen. De aanleiding daartoe vervalt, wanneer slechts de gewone procedure bij den kantonrechter eenvoudig en doeltreffend wordt ingericht. Ten slotte werd het denkbeeld in overweging gegeven, dat echter weinig steun vond, om naast de bestaande, nieuwe kantonrechters te benoemen, uitsluitend belast met de beslissing in rechtszaken, uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende.
Sommige leden verklaarden zich teleurgesteld, dat in wetsvoordracht alleen eene plaats is ingeruimd aan het individueele arbeidscontract en daarin niet ook de collectieve ar§
deze
11.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's