Sociale hervormingen - pagina 30
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
20
Artikel 1639 o. Indien de wettelijke vertegenwoordiger van eenen minderjarige vermeent, dat de bij eenige arbeidsovereenkomst van dezen bedongen arbeid nadeelige gevolgen zal hebben, of heeft, voor den minderjarige, of wel, indien niet wordt voldaan
aan de voorwaarden, vermeld in de in artikel 1637^ genoemde machtiging, kan hij zich wenden tot den rechter van het kanton, waarin de plaats van het werkelijk verblijf des minderjarigen gelegen is, met het schriftelijk verzoek die arbeidsovereenkomst
ontbonden
te verklaren. rechter beschikt op het verzoekschrift na verhoor of behoorlijke oproeping van den minderjarige, van den werkgever en van de naaste bloedverwanten des minderjarigen, alsmede, indien
De
staat, van den toezienden voogd. twee leden van het vorige artikel zijn van toe-
deze onder voogdij
De
laatste
passing.
Artikel 1639/. Gelijke bevoegdheid komt onder gelijke omstandigheden toe aan den ambtenaar van het openbaar ministerie bij het kantongerecht,
genoemd
in het vorige artikel.
De
wettelijke
vertegenwoordiger wordt door den kantonrechter gehoord of behoorlijk opgeroepen. Het voorlaatste lid van artikel 16390 en de laatste twee leden van artikel 1639 n zijn van toepassing. Artikel 1639^. Eigenmachtige verbreking der dienstbetrekking door eene der partijen doet deze wel eindigen, doch verplicht de partij, die de dienstbetrekking verbreekt, tot de betaling eener schadeloosstelling, tenzij de verbreking is geschied om grondige, aan de wederpartij vooraf medegedeelde, redenen. Artikel 1639A Als grondige redenen voor den werkgever om de dienstbetrekking te verbreken worden beschouwd eigenschappen, daden en gedragingen van den arbeider, die in strijd zijn met de goede zeden of die, in aanmerking genomen het door den arbeider loon, redelijkerwijze van hem niet konden verwacht worden, en in het algemeen omstandigheden, welke, teweeggebracht door opzet of schuld van de zijde des arbeiders, de verdere voortduring der dienstbetrekking voor den werkgever of diens huisgezin in ernstige mate nadeelig maken.
bedongen
Artikel 1639.9. Als grondige redenen voor den arbeider om de dienstbetrekking te verbreken worden beschouwd eigenschappen, daden en gedragingen des werkgevers, welke in strijd zijn met de goede zeden of met eene behoorlijke behandeling van den arbeider en in het algemeen omstandigheden, welke, teweeggebracht door opzet of schuld van de zijde van den werkgever of van een der leden van diens huisgezin, de verdere voortduring der dienstbetrekking voor den arbeider of diens huisgezin in ernstige mate nadeelig maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's