Sociale hervormingen - pagina 86
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
76
deze werkelijk niet verhaald kunnen worden, óf het recht om werklieden te verzekeren wordt u ontnomen. Het ware ook niet raadzaam het niet betalen van de premiën het niet voldoen aan een privaatrechteaan de maatschappij
—
—
strafbaar te stellen. Het principieel bezwaar daargelaten, zou dat geen aanbeveling verdienen, omdat de maatschappij niet, zooals de Bank, geld zal uitgeven voor een strenge controle en dusdoende de betaling der premiën zal bevorderen, zoodat strafvervolgingen in plaats van uitzondering te blijven zooals bij de Bankverzekering, veelvuldig zouden moeten worden lijke
overeenkomst
ingesteld.
Toelating van stand scheppen:
particuliere maatschappijen zou dus dezen toe-
strafactie tegen werkgever en werkman, der premie, zou er niet zijn; civiele acties tot betaling der premie zouden uiterst zelden door de maatschappij worden ingesteld feitelijk zou bijna niemand, die de premie niet betaalde, daartoe gedwongen worden door de particuliere maatschappij en de verzekering bij die maatschappijen zou in naam een verplichte, in werkelyhheid een vrywillige wezen een groot aantal werklieden zou dus in geval van blijvende invaliditeit of ouderdom óf geen óf een geheel onvoldoende rente krijgen. Het resultaat ware een verzekering, die de voordeelen noch van de verplichte, noch van de vrijwillige verzekering heeft, maar waaraan de nadeelen kleven aan ieder der twee stelsels verbonden. Zie voor het overgangstijdperk de artt. io8 en 109. Art. 6 van het ontwerp verklaart den werkman, wien door het Rijk pensioen is verzekerd, niet verzekeringsplichtig art 7 verklaart, onder de in het eerste lid van dat artikel gestelde voorwaarde, de werklieden, die door een publiekrechtelijk lichaam (daaronder niet begrepen het Rijk) verzekerd zijn, niet verzekeringsplichtig. De bepalingen zijn opgenomen in het belang, niet van een groep werklieden maar van de publiekrechtelijke lichamen. Er bestaat geen reden om ten behoeve van particuliere werkgevers soortgelijke regeling te maken, daargelaten dat daaraan bezwaren verbonden zijn die ten aanzien van publiekrechtelijke lichamen niet bestaan. Zie voor het overgangstijdperk art. 106.
wegens
een
niet-betaling
;
;
;
§11. In hetgeen voorafgaat werd herhaaldelijk verwezen naar de Duitsche regeling, niet naar die van andere landen. Uit het ontwerp blijkt dan ook genoegzaam, dat niet alleen voordeel is gedaan met de in Duitschland verkregen ervaring, maar dat de hoofdgedachte, die het Duitsche stelsel beheerscht, ook in dit ontwerp gevolgd is. Dit worde niet verstaan alsof de ondergetcekenden de bedenkingen zouden onderschatten die niet alleen buitenaf, maar ook in Duitschland zelf tegen het daar gevolgde gerezen zijn. Zelfs is ernstig gepoogd een geheel afwijkend volgen, maar hierbij stuitte men ten slotte op bezwaren, die niet voor oplossing vatbaar bleken. Het in België ingevoerde stelsel
stelsel te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's