Sociale hervormingen - pagina 85
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
347
ongevallen tot bedrijfsongevallen te stempelen, heeft ook hier aanleiding gegeven tot de bepaling, dat dit bergen van goederen of het redden van of hulp verleenen aan personen geacht wordt in de uitoefening van het zeevisschersbedrijf te geschieden. De bepaling onder a is algemeen en betreft dus zoowel goederen of personen, die behooren tot het vaartuig, dat den verzekerde heeft opgenomen als goederen of personen van een ander vaartuig.
Indien het vaartuig een haven aandoet, vanwaar de verb. zekerde gelegenheid vindt naar Nederland terug te keeren, houdt de reis voor hem op en zal hij de eerste de beste reisgelegenheid aangrijpen om naar de plaats in Nederland, van waaruit hij oorspronkelijk vertrokken is, terug te keeren. Overkomt hem een ongeval op zijne reis naar die plaats, of naar zijne woonplaats in Nederland gelegen, dan kan hij aanspraak op schadeloosstelling maken. Een verzekerde is bijv. in de Noordzee opgenomen door een stoomboot, die naar Amerika gaat. De boot legt aan in eene Engelsche haven. De verzekerde kan van daar op een naar Nederland vertrekkend vaartuig meegaan. Dit vaartuig gaat bijv. naar Rotterdam terwijl de verzekerde oorspronkelijk van IJmuiden vertrokken is. Gedurende zijne reis van die Engelsche haven naar Rotterdam en van Rotterdam naar IJmuiden,
blijft hij
verzekerd.
in zijn geval aangewezen weg.'' Dit is de weg waarlangs de verzekerde het spoedigst en het gemakkelijkst zijne gemeente van vertrek of zijne woonplaats weer kan bereiken. „
Langs den
Artikel 3. De Ongevallenwet 1901 verstaat onder werkgever ieder natuurlijk of rechtspersoon, die anderen in dienst heeft voor de uitoefening van een volgens die wet verzekeringsplichtig bedrijf. Het begrip werkgever dient echter in dit ontwerp rui-
mer
te
worden genomen en daaronder ook
te
worden begrepen
ieder ondernemer, die zonder behulp van werklieden, het zeevisschersbedrijf uitoefent. Immers volgens artikel i, onder b, is ieder werkgever, die zonder zeevisschersvaartuig of met één dergelijk vaartuig, aan boord waarvan hij zelf werkzaam is, het bedrijf uitoefent, verzekerd. Werd nu dezelfde redactie gevolgd als die van artikel 2 der Ongevallenwet 1901, dan zou niet ver-
zekerd worden de werkgever, die zonder knechten ter visscherij gaat. Vandaar in het eerste lid van artikel 3 de woorden „of ieder natuurlijke persoon, die, zonder anderen in dienst te hebben voor de uitoefening van dat bedrijf, voor eigen rekening :
het zeevisschersbedrijf uitoefent."
komen overeen met het tweede en Ongevallenwet igoi met deze wijziging, dat in het tweede lid naast het woord „onderneming" de uitdrukking „inrichting" is opgenomen. Dit is noodzakelijk omdat Het tweede en derde
derde
lid
van
lid
artikel 2 der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's