Sociale hervormingen - pagina 81
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
—
7i
zonder dat partijen daaromtrent een bijzonder beding maakten, voor in-mindering-brenging ruimte zijn. Het strijdt toch ten eenen male met de billijkheid, dat de geschonken godspenning buiten rekening zoude blijven, wanneer de dienstbetrekking in strijd met het bij de overeenkomst bepaalde waarmede gelijk wordt gesteld het geval, dat zij voor onbepaalden tijd is aangegaan slechts korten tijd voortduurde. Dan zoude op de ontijdige verbreking der dienstbetrekking van de zijde des arbeiders eene niet onbelangrijke premie worden Indien evenwel de dienstbetrekking gedurende een gesteld. zekeren, niet al te korten, tijd heeft stand gehouden, mag worden aangenomen, dat andere redenen, dan het belustzijn op de handgift, tot beëindiging der dienstbetrekking brachten. In de beroepen, waarbij het geven van eene handgift het meest voorkomt, mag de termijn van drie maanden wel als de kortste gelden, gedurende welken eene dienstbetrekking in den regel stand houdt. Eindigt de dienstbetrekking welke niet voor korteren tijd is overeengekomen, binnen dien tijd, dan zal volgens het tweede lid van dit artikel als regel gelden, dat de hand- of godspenning op het loon kan worden ingehouden.
—
—
Art. 1637^ Ten aanzien der gehuwde vrouw 1) wordt het wenschelijk geacht bij deze gelegenheid al te zeer in te grijpen in het huwelijksrecht. Evenwel behoort eene regeling van de arbeidsovereenkomst een antwoord te bevatten op de vraag of en, zoo ja, hoe, en in welke gevallen, eene gehuwde vrouw eene arbeidsovereenkomst kan aangaan. Het scheen noodzakelijk der gehuwde vrouw de bevoegdheid toe te kennen om als arbeidster eene arbeidsovereenkomst aan te gaan, geheel onafhankelijk van de toestemming of den bijstand van haren echtgenoot. Eene dergelijke regeling toch komt met de heerschende practijk, welke den krachtens de wet noodzakelijken bijstand des mans in dit opzicht slechts uiterst zelden doet recht wedervaren, overeen. Dreigt echter voor de vrouw zelve of voor het huisgezin de gesloten overeenkomst gevaarlijk te zullen worden, of is reeds het daaruit voortkomend nadeel aanwijsbaar, dan is in art. 1639^ den man de macht gegeven aan den ongewenschten toestand een einde te doen komen. Dat met de bevoegdheid om de overeenkomst te sluiten de gelegenheid geschonken behoort te worden aan niet
De Fransche schrijvers achten de vrouw stilzwijgend gemachtigd, indien zij door man is verlaten en voor zichzelve moet zorgen. Zie Glasson, t. a. p., bl. 49, nt. Le SaULNIER, des ouvriers des tisines et des manti/actures,Fans 1888, bl. 156
1)
den I
;
163;
Guillouard, Louage.
t.
a. p.
n.
702; Huberi-Valleroux,
t.
a. p.,
bl.
102
Verg. ook het Burg. Wetb. voor het Duitsche Rijk § 1358 en de Belgische wet van 10 Maart 1900 op de arbeidsovereenkomst, artt. 27, 29 38. Over de gehuwde vrouw als arbeidster zie verder Tartufari, del contratto di lavoro (Discorso,) Macerata 1893, bl. 22 vlg.
vlg.
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's