Sociale hervormingen - pagina 108
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
Ten aanzien van de voldoening van
het loon ontstaat moei-
wanneer de arbeider een minderjarige of een gehuwde vrouw is. Volgens de bestaande regels van burgerlijk recht heeft de vader of de voogd het recht, als vertegenwoordiger van den lijkheid,
minderjarige, het door dezen verdiende loon op te vorderen, en behoeft de gehuwde vrouw tot opeisching van haar loon den bijstand van haren echtgenoot. Door de gebruikelijke voldoening aan den minderjarige of aan de gehuwde vrouw is de werkgever rechtens niet bevrijd. Krachtens de handelsbevoegdheid der gehuwde vrouw bij artikel 1637/* toegekend, zal zij voor het rechtsgeldig ontvangen van het loon den bijstand van haren man niet langer behoeven. Is het wenschelijk, betaling aan den minderjarigen arbeider zelf te doen plaats hebben? Deze vraag is in alle landen, ten onzent o.a. bij de Arbeidsenquête, veel besproken. De meeningen verschillen omtrent de beantwoording. Eenerzijds wijst men op het gevaar, dat de ouders het loon, door hunne kinderen verdiend, verkwisten. Aan den anderen kant vreest men, dat de minderjarigen, indien ze zelf het loon in handen krijgen, te groote zelfstandigheid verwerven en aan hunne ouders onthouden, wat dezen redelijkerwijze toekomt. Volgens de regelen in art. 1637 ^ gesteld zal alleen dan de minderjarige, die bevoegd was eene arbeidsovereenkomst te sluiten, eene rechtsgeldige kwijting niet kunnen afgeven, indien in de schriftelijke machtiging daaromtrent bepalingen zijn opgenomen. Maar volgens het derde lid van artikel 1638/" zal, ook wanneer zulks niet is geschied, de wettelijke vertegenwoordiger zich tegen de voldoening aan den minderjarige kunnen verzetten.
Met betrekking tot de gehuwde vrouw bestaat er zeker geen bezwaar, de aan haar gedane betaling rechtens als geldig te erkennen. Moet men echter niet verder gaan en aan de gehuwde vrouw de vrije beschikking geven over het door haar verdiende loon? Menige wetgeving heeft aldus beslist, en in Frankrijk zoowel als ten onzent is daarop met kracht aangedrongen. Ook is de wensch uitgesproken, dat, ingeval de man nalaat voor zijn gezin te zorgen, de vrouw een deel van zijn loon van den werkgever zou kunnen opvorderen. De noodzakelijkheid van rechtshervorming op beide punten wordt allerminst ontkend. Doch dit ontwerp is niet de plaats ze aan te brengen. De hervorming hangt te zamen met het geheele stelsel van ons huwelijksgoederenrecht en moet in verband daarmede worden tot stand gebracht. Ook elders is het onderwerp in het kader van het huwelijksgoederenrecht behandeld. Wordt dus op dit punt eene volkomen bevredigende regeling niet verkregen, deze wordt door het ontwerp geenszins belemmerd. Integendeel, er wordt een stap gedaan in de goede richting. De practijk, het loon aan de gehuwde vrouw zelve
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's