Sociale hervormingen - pagina 478
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
466
Gevraagd werd, waarom hier, op het voetspoor van 429. Arbeidswet, nevens de overige ambtenaren van tegenwoordige de Rijkspolitie de marechaussee nog eens afzonderlijk wordt vermeld.
Art
Art. 430. Ten aanzien van dit artikel openbaarde zich tweeërlei strooming. Verscheidene leden waren van oordeel, dat de voorgestelde bepalingen een ernstig gevaar opleveren voor de toch reeds niet zoo heel groote vrijheid welke de Nederlandsche Staatsburger binnen zijne woning geniet. Zij wezen er op, dat hetgeen thans wordt voorgesteld met betrekking tot een algemeenen schriftelijken last, metterdaad niet verschilt van het in 1889 bij de behandehng van art. 1 9 der tegenwoordige Arbeidswet met groote
meerderheid door de Kamer verworpen amendement-KERDijK. Tegenover deze vrees voor te groote beperking van het huisrecht stond de meening van andere leden, bij wie de wenschelijkheid van een afdoend toezicht op de naleving der wet op den voorgrond stond. Zij betoogden, dat door de bepaHng van het laatste hd aan de controle op de huisindustrie, welke toch reeds met zoovele bezwaren zal hebben te kampen, nog een ernstige hinderpaal wordt in den weg gesteld. Zij wezen er voorts op, dat de meeste kleine bakkerijen alleen door eene woning toegankelijk zijn. Moet nu de ambtenaar met het toezicht belast, die in zoodanige bakkerij eene overtreding wil constateeren daarvoor eerst, weUicht bij nacht en ontijde, een schriftelijken bijzonderen last van den burgemeester, den kantonrechter of den arbeidsinspecteur gaan halen, dan zal, vreesde men, het constateeren van dergelijke overtredingen tot de hooge uitzonderingen behooren. In overweging werd daarom gegeven, althans de broodbakkerijen in elk geval onder de bepahng van het eerste lid te doen vallen. Eenige leden meenden, dat volgens de bepaling van het laatste lid het hoofd der betrokken arbeidsinspectie een schriftelijken last van zichzelf zal behoeven om in de hierbedoelde plaatsen te mogen binnentreden. In verband met het bepaalde bij art. 158 der Grondwet bevalen deze leden het denkbeeld aan, den inspecteurs van den arbeid een algemeenen last van den Minister te doen ver,
strekken.
De bepahng omtrent de door het Rijk aan de gemeenten van meer dan 5000 inwoners, voor iederen in het bijzonder met het opsporen van overtredingen van deze wet belasten ambtenaar van gemeente-politie, uit te keeren vergoeding, ontmoette bij verscheidene leden bezwaar. Zij stemden volkomen in met het beginsel, dat aan deze bepaling ten grondslag Hgt, doch betoogden, dat dit beginsel dan ook in al zijne consequenties moet worden aanvaard en dat, waar het hier geldt de uitvoering van eene Rijkswet in het algemeen belang, de kosten daarvan geheel door het Rijk behooren te worden gedragen. De wet zou daarom huns inziens nevens het maximum ook een miniArt.
431.
bedoelde
II
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's