Sociale hervormingen - pagina 123
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
385 I
af eene voorloopige rente. Daar hij spoedig hersteld kent het bestuur hem eene lage voorloopige rente toe.
December
zal
zijn,
De rente eindigt lo Januari. Nu is hij rentetrekker van i December tot IC Januari, ofschoon hij in dien tijd geen loon derft. Moest nu het bestuur eene rente vaststellen krachtens artikel 59, dan zou deze geheel ongeschikte visscher 70 pet. van zijn dagloon krijgen. Volgens artikel 53 kan het bestuur hem een zeer lage voorloopige rente geven. Dat het bestuur ten nadeele van den getroffene eene dergelijke voorloopige rente te laag zal stellen, is niet te verwachten. Bovendien kan de verzekerde altijd in beroep komen bij den raad van beroep of bij den centralen raad van beroep, zoodat er waarborgen genoeg zijn, dat de getroffene het juiste bedrag ontvangt, waarop hij billijkerwijs aanspraak kan maken.
DERDE AFDEELING. Van de In
deze
geldelijke uitkeering aan den verzekerde, niet bedoeld in de tweede afdeeling. afdeeling
is
de geldelijke schadeloosstelling geregeld
van den verzekerde, die niet werkzaam is als zeevisscher in bij algemeenen maatregel van bestuur aan te wijzen bedrijven en tevens niet valt onder de bepalingen der Ziekteverzekeringswet. De artikelen 54 en 55 komen in beteekenis overeen met de artikelen 20 en 21 der Ongevallenwet 1901 met inachtneming van de daarin voorgestelde wijzigingen. Aangezien de schadeloosstellingen steeds berekend worden naar het dagloon van den verzekerde, dus naar een gefingeerd bedrag en artikel 1 6 reeds bepaalt, dat het dagloon niet hooger dan vier gulden kan zijn, is eene bepaling, als vervat in het laatste lid van artikel 21 der Ongevallenwet 1901 niet noodig. Volgens het laatste lid van artikel 55 kan ook aan dezen verzekerde, een voorloopige rente worden toegekend, indien de omstandigheden, vermeld in artikel 52, zich voordoen. Deze voorloopige rente wordt echter terstond vastgesteld overeenkomstig het voorschrift van artikel 59: artikel 53 is niet op dezen verzekerde van toepassing. Een volontair, die geen loon ontvangt en voor wien dus geen dagloon is vastgesteld, ontvangt geene tijdelijke uitkeering. Daar de
rente
ingevolge
het
bepaalde
bij
artikel
55 ingaat
bij
het
ophouden van de tijdelijke uitkeering, moet voor dezen volontair, een ander tijdstip worden aangenomen waarop zijne rente ingaat. Het tweede lid van art. 55 bepaalt nu, dat de rente ingaat wanneer een voorloopige blijvende toestand is ingetreden, doch in elk geval met den drie en veertigsten dag na het ongeval. Een soortgelijke bepaling, als vervat in het tweede lid van art. 55 is niet noodig ten aanzien van de volontairs, die vallen onder de bepalingen der tweede afdeeling. Immers deze personen I-
25
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's