Sociale hervormingen - pagina 310
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
366 wederpartij bevoegd verklaard, dit zoude vaak overlast veroorzaken, wanneer de wederpartij een gehuwde vrouw of een minderjarige is; werd de kantonrechter van het werkelijk verblijf der wederpartij aangewezen, dan zou allicht de feitelijke vraag, waar dit werkelijk verblijf geacht moet worden zich te bevinden, moeilijkheid veroorzaken. Naar het voorkomt is het begrip „huiselijke toestand" gedeeltelijk vervat in het begrip, dat met „persoonlijke toestand" wordt aangeduid en is het voor een ander deel in de uitdrukking „vermogenstoestand" begrepen, zoodat aanvulling van deze zinsnede niet noodzakelijk schijnt. Thans is dit voorschrift, dat, gelijk in het Voorloopig Verslag wordt opgemerkt, van nature als van dwingenden aard moet worden beschouwd, aangevuld met eene bepaling, waardoor van dit karakter duidelijk kan blijken. Het voorlaatste lid is gewijzigd in den zin der wijziging, die de overeenkomstige bepalingen der artt. 163972 en 16390 (thans artt. 1039 en 163972) hebben ondergaan.
m
Artikel IV.
In aansluiting aan hetgeen bij de bespreking van art. I hieromtrent werd medegedeeld, veroorlooft de ondergeteekende zich ook te dezer plaatse de aandacht er op te vestigen, dat het niet noodzakelijk moet worden geacht elke wetsbepaling te herzien, waarin eene uitdrukking voorkomt, aan het begrip van de arbeidsovereenkomst ontleend. Waar nu in art. 1950, 3 geene materieele wijziging' viel aan te brengen, kwam het voor, dat deze bepaling, met zoovele andere soortgelijke, ongewijzigd kon blijven. In verband met het karakter der verjaringstermijnen van de artt. 2005 tot en met 2008 bestaat wel eenig bezwaar tegen het vaststellen van één verjaringstermijn voor de loonvordering van alle arbeiders. Men kan toch eerder het vermoeden wettigen, dat het loon uitbetaald is, hetwelk geregeld eenmaal per week wordt voldaan, dan het vermoeden, dat de betaling plaats heeft gehad van loon, hetwelk eenmaal per jaar betaald wordt. Daar nu de tijd van twee jaren te kort is als verjaringstermijn voor loon, dat wellicht eenmaal per jaar uitbetaald wordt, heeft de ondergeteekende besloten de bepaling omtrent arbeidsloon van art. 2005 over te brengen naar art. 2006 na daarin eenige vereenvoudiging te hebben aangebracht en die van art. 2006 naar art. 2008, alwaar een vijfjarige verjaringstermijn is vastgesteld. In verband daarmede is, nu de kortste verjaringstermijn tot twee jaren is aangegroeid, de minimum-tijd van uitbetaling, welke als grensscheiding is aangenomen, van een maand tot een kwartaal verhoogd. De voorgestelde wijziging van art. 2009 is thans achterwege g-ebleven, daar zij slechts eene redactie-verandering beoogde, welker nut en beteekenis trouwens in twijfel getrokken zoude kunnen worden. .
—
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's