Sociale hervormingen - pagina 146
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
134 niet mogelijk om door den algemeenen maatregel altijd geheele bedrijven te doen aanwijzen, waarin jongens en meisjes niet werkzaam zullen mogen zijn omdat in vele bedrijven een aantal werkte verrichten, die gedaan kunnen worden door geen bepaalde opleiding hebben genoten. Welke werkzaamheden het eerst in aanmerking komen om ingevolge art. 20 te worden aangewezen is thans niet te zeggen. Een nauwkeurig onderzoek zal dienaangaande worden ingesteld. De in den algemeenen maatregel aangewezen werkzaamheden zullen alleen dan door jongens of meisjes mogen worden verricht wanneer óf te hunnen aanzien een leerovereenkomst is gesloten óf nadat het diploma door hen zal zijn verkregen. Intusschen dient er voor gezorgd dat, wanneer met betrekking tot een jongen of een meisje eene leerovereenkomst is gesloten en de jongen of het meisje in de leerbetrekking is getreden, aan zijne opleiding geen einde komt op het oogenblik, dat de jongen of het meisje volwassen is, dat wil zeggen den zeventienjarigen leeftijd zal hebben voleind. Dit is noodig ten einde te voorkomen, dat eene opleiding, die na voltooiing wellicht uitnemende gevolgen zal opleveren, ontijdig wordt afgebroken. In het hierbedoelde geval voorziet art. 45. Ter verkrijging van een behoorlijke opleiding wordt de duur van den leertijd voor elke in art. 20 bedoelde werkzaamheid bij algemeenen maatregel van bestuur vastgesteld (art. 32) doch ter verkrijging van goede vruchten is het noodig, dat de leertijd niet eindigt vóór het verstrijken van den tijd, bij de overeenkomst bepaald, tenzij het diploma be-
zaamheden
personen,
haald
zijn
die
is.
Art. 21. Een algemeene maatregel, als bedoeld in art. 20 kan, hij werkzaamheden en inrichtingen aanwijst, niet op den gewonen tijd in werking komen. Aan de hoofden en bestuurders van de in den algemeenen maatregel aan te wijzen inrichtingen zal een behoorlijke tijd gelaten moeten worden om zich te ontdoen van het jeugdige personeel, dat er niet meer werkzaam zal mogen zijn zonder dat aan art. 20 onder a oï b toepassing is gegeven, Intusschen zal niet elke ingevolge het bepaalde in art. 20 uit te vaardigen maatregel een jaar na den dag zijner afkondiging in werking moeten treden. Blijkt later de noodzakelijkheid om op den eens getroffen maatregel terug te komen, moeten werkzaamheden of inrichtingen uit een algemeenen maatregel worden geschrapt, dan moet zulk een maatregel uit den aard der zaak op den gewonen tijd in werking treden. indien
22. Ingevolge het bepaalde in art. 20 onder a mag een of een meisje de daar bedoelde werkzaamheden slechts verrichten als leerling. Wanneer een jongen of een mei.sje leerling wordt bepaalt art. 22. Door het in werking treden van eene leerovereenkomst wordt men leerling en men blijft dat zoolang
Art. jongen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's