Sociale hervormingen - pagina 233
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
223
Art. I02.
Vgl.
art.
92 der Ongevallenwet 1901.
Art. 105. Vgl. art. 96 der Ongevallenwet 1901 en de artt. 11 en 12 van de wet van 15 April i8gi {Staatsblad n^ 87). Zie ook de toelichting van art. 10 1. Stukken aan de Bank of aan hare ambtenaren gezonden zullen in vele gevallen aangeteekend moeten worden. Dit geldt niet alleen bij toezending van rentekaarten, waarop zegels geplakt zijn, maar ook bij kennisgeving bijv. van het instellen van beroep op het bestuur der Bank van een beslissing van een ambtenaar der Bank. Voorschriften dienaangaande zullen krachtens art. 138 worden gegeven. Waar aanteekening in den regel verplicht zal zijn, behoort voor de aanteekening geen recht te worden geheven. Schadevergoeding wordt echter ingeval van verlies door het Rijk niet betaald, tenzij het recht voor de aanteekening betaald is. Zendt de verzekerde bijv. een rentekaart, volgeplakt met rentezegels, over de post aan een ambtenaar der Bank, dan zal hij voorzichtig handelen met het recht voor de gewone aanteekening verschuldigd te betalen. .
Art. 106. De werkman, wien door een publiekrechtelijk lichaam vóór de indiening van dit ontwerp aan de Tweede Kamer bij verordening pensioen verzekerd is bij invaliditeit of ouderdom, behoort niet verzekeringsplichtig te zijn, al voldoet de verordening niet aan de in art. 7 gestelde eischen. Het artikel betreft niet werklieden in dienst van het Rijk; in dat geval is art. 6
van toepassing. op het tijdstip van het in werking treden van 35 jaren vervuld heeft, behoort op dien grond niet uitgesloten te zijn, indien hij den leeftijd van 70 jaren niet vervuld heeft. En ook hij, die op bedoeld tijdstip, hetzij ziek en daardoor tijdelijk invalide, hetzij tijdelijk zonder werk is en dus, ook zonder de bepaling van art. 8, op bedoeld tijdstip niet verzekeringsplichtig zoude zijn, behoort na zijn herstel of als hij werk krijgt, verzekerd te worden. Een termijn van een jaar na het in werking treden van art. i zou met het oog op het voorgaande intusschen ruim voldoende zijn. Er zullen echter ook werklieden zijn, die zich aan de verplichte Art. 107.
van
art.
i
Hij,
den
die
leeftijd
verzekering willen onttrekken; ten einde dit zooveel mogelijk tegen te gaan, wordt de termijn op twee jaren gesteld. Gedurende de eerste twee jaren zal dus de leeftijd geen reden van uitsluiting zijn, voor zoover de betrokkene niet 70 jaar oud is. Dit geldt niet alleen voor hem, die bij het in werking treden van art i reeds 35 jaar oud is, maar eveneens voor hem, die op dat tijdstip bijv. 34 jaren oud is: ook hij is, indien de overige vereischten voor verzekeringsplicht aanwezig zijn, gedurende de eerste twee jaren, dus tot aan de vervulling van den leeftijd van 36 jaren, verzekeringsplichtig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's