Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 157

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 157

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.

2 minuten leestijd

:

419 Ontstaat door het ongeval voortdurende ongeschiktheid tot werken, dan krijgt de getroffene een geldsom, die naar zijn jaarloon wordt berekend. Bij geheele voortdurende ongeschiktheid bedraagt deze som zesmaal het jaarloon maar niet minder dan 1800 kronen en niet meer dan 4800 kronen. Bij gedeeltelijke ongeschiktheid ontvangt hij eene uitkeering naar evenredigheid van de gebleken ongeschiktheid. Voor de berekening der schadeloosstelling van den verzekerde wordt in alle gevallen een jaarloon van 600 kronen en een dagloon van 2^/2 kroon als basis aangenomen. De schadeloosstelling der nagelaten betrekkingen en der andere rechthebbenden bedraagt steeds 2500 kronen, zonder vergoeding voor begrafenisgeld. Maakt een verzekerde op grond van deze wet aanspraak op vergoeding dan is de civiele actie uitgesloten. Italië.

In dit land bestaat geen afzonderlijke wet regelende de verzekering van zeelieden of zeevisschers. De zeevarenden zijn met de werklieden in de bedrijven te land in ééne wet opgenomen. Slechts daar waar zulks noodzakelijk was, zijn bijzondere voorschriften gegeven voor de zeebedrijven. De ongevallenverzekering van zeevisschers is geregeld in de wet van 29 Juni 1903. Deze wet wijzigt de ongevallenwet van 17 Maart 1898 op verschillende punten en breidt het aantal verzekeringsplichtige bedrijven uit. Zoo neemt, onder meer, deze wet van 29 Juni 1903 onder de verzekeringsplichtige bedrijven op de scheepvaart ter zee, de visscherij, uitgeoefend op meer dan tien kilometers van de kust, benevens de sponzen- en koraalvisscherij voor zoover genoemde bedrijven met meer dan vijf werklieden worden uitgeoefend. Klaarblijkelijk beoogt dus de Italiaansche wet om uitsluitend de grootvisscherij en niet de visscherij langs de kust of de kleinvisscherij verzekeringsplichtig te maken. In het algemeen gelden voor de zeevisscherij dezelfde bepalingen als voor de landbedrijven. In den tweeden titel van de wet van 29 Juni 1903 zijn echter enkele afwijkende voorschriften gesteld ten aanzien van het vervoer ter zee. Deze afwijkingen hebben hoofdzakelijk betrekking op de regeling der schadeloosstellingen en de aangifte van de ongevallen, terwijl tevens enkele voorschriften zijn gegeven voor het geval, dat het vaartuig vergaan of vermoedelijk vergaan is. De regeling der verzekering voor de zeevarenden volgens de wetten van 17 Maart 1898 en 29 Juni 1903 is in hoofdtrekken de volgende

Verzekerde -persofien. Als werklieden worden beschouwd alle personen, die deel uitmaken van de bemanning van een vaartuig

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 157

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's