Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 349

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 349

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.

2 minuten leestijd

405 verkort. De artt. 1637/ en 1637?', in onderling verband beschouwd, schijnen tot eene zoo stellige uitspraak geen recht te geven. In ieder geval schijnt wenschelijk eene wetsbepaling, die omtrent de ongeldigheid van zoodanige verklaringen geen twijfel

kan

laten.

De

Minister herhaalde, dat zijns inziens de arbeider naar de letter der wet niet geacht kon worden eene verklaring te hebben afgegeven, „dat hij zich met het gewijzigde reglement vereenigt". Overigens had de Minister tegen verduidelijking der redactie, nu die door de Commissie gevraagd werd, geen bezwaar.

XIII. Van de zijde der Commissie werd gevraagd, of het niet wenschelijk ware in de bepaling van art. 1638 £, derde lid, eene uitdrukking te bezigen, waardoor buiten twijfel wordt gesteld, dat tot de daar bedoelde verhinderingen zullen behooren vervulling van een mandaat door kiezers opgedragen en uitoefening :

van stembevoegdheid. De Minister antwoordde, dat èn vervulling van een mandaat door kiezers opgedragen èn uitoefening van stembevoegdheid als publiekrechtelijke plichten zijn te beschouwen, zoodat beide onder de woorden van de bepaling zullen zijn begrepen. Overigens erkende de Minister, dat twijfel aan de toepasselijkheid van de bepaling op plichten als de hierbedoelde zelfs niet

mag kunnen

rijzen

overwegen,

te

of

en verklaarde hij zich daarom bereid alsnog verduidelijking van de redactie noodig moet

worden geacht.

Van de zijde der Commissie werd de vraag gesteld, of 1638^, met het oog op gevallen van overmacht niet behoort

XIV. art.

te

worden

De

verduidelijkt.

Minister

waarop

art.

merkte op,

dat

art.

1638^ den regel inhoudt,

1638^ de uitzondering vormt. In de

practijk zal ten

van elk afzonderlijk geval steeds zorgvuldig moeten worden nagegaan, of het valt onder de uitzondering van art. 16380? dan wel of daarbij overmacht moet worden aangenomen. aanzien

XV. Van de zijde der Commissie werd te kennen gegeven, dat eene redactie, als die van art. 44, tweede lid, der Drankwet, waarbij rekening is gehouden met de omstandigheid, dat de houder der vergunning meer dan één bedrijf kan uitoefenen, boven de aan het slot van art. 1638 £, tweede lid, gebezigde, de voorkeur verdient.

De

Minister

XVI. te

beaamde de

Van de

juistheid

van deze opmerking.

der Commissie werd als haar gevoelen in art. 1638 / niet moet worden gesproken week, in de maand, in het kwartaal", maar

zijde

kennen gegeven, dat

van: „eenmaal in de van: „eenmaal per week,

per maand, per kwartaal".

Immers

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 349

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's