Sociale hervormingen - pagina 159
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
421 Schadeloosstellingen, De kosten van geneeskundige hulp als gevolg van een bedrijfsongeval komen ten laste van den ondernemer. Ingeval van voortdurende geheele ongeschiktheid tot werken ontvangt de getroffene het viervoud van zijn jaarloon, doch niet minder dan 2000 lires. Is de voortdurende ongeschiktheid tot werken slechts partieel, dan ontvangt hij het viervoud van het bedrag waarmede zijn jaarloon is verminderd, maar niet minder dan 500 lires. Ingeval van overlijden ontvangen zijne rechtverkrijgenden het drievoud van het jaarloon van den overledene. Bij tijdelijke geheele ongeschiktheid tot werken ontvangt de getroffene gedurende den tijd van zijne ongeschiktheid een daggeld, dat gelijk is aan de helft van het loon, dat hij verdiende op het tijdstip van het ongeval. Bij tijdelijke gedeeltelijke ongeschiktheid tot werken ontvangt hij gedurende den tijd van zijne ongeschiktheid een daggeld gelijkstaande met de helft van het loon, dat hij tengevolge van het ongeval derft. De schadeloosstellingen aan den getroffene toegekend ingeval van geheele of gedeeltelijke voortdurende ongeschiktheid tot werken worden den getroffene in den vorm van een lijfrente uitgekeerd. Bij tijdelijke ongeschiktheid tot werken, gaat in de gevallen, bedoeld in art. 537 van het Wetboek van Koophandel, de uitkeering in op den dag, waarop volgens het bepaalde in dat artikel de uitbetaling van het loon ophoudt. Leerlingen ontvangen bovenstaande schadeloosstellingen berekend naar de laagste loonen van de werklieden in hetzelfde bedrijf en van de categorie, waartoe de leerling behoort. Binnen twee jaren na het ongeval, kunnen de werkman en de instelling waarbij hij verzekerd was, herziening der schadeloosstelling vragen op grond, dat de eerste beslissing onjuist was of dat de gezondheidstoestand van den werkman is veranderd. Bij overlijden van den werkman komt die bevoegdheid tevens toe aan zijne rechtverkrijgenden. Is het vaartuig vergaan of wordt het geacht te zijn vergaan volgens het bepaalde van art. 633 van het Wetboek van Koophandel en zijn van den dag af van de schipbreuk of van den dag af, waarop voor het laatst van het vaartuig is gehoord, zes maanden verloopen zonder dat er tijding is ingekomen van de bemanning, kunnen de rechtverkrijgenden van de vermiste schepelingen hun aanspraak op schadeloosstelling geldig maken. De schadeloosstelling wordt niet uitbetaald dan onder de noodige waarborgen, welke door partijen worden overeengekomen of bij gebreke daarvan door den rechter worden vastgesteld. De duur van deze zekerheid is drie jaren. Komt het vaartuig, dat men verloren waande, terug of komen er betrouwbare be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's