Sociale hervormingen - pagina 107
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
369
beschouwen, zoo moet aan dezen verzekerde als tijdelijke uitkeering, zoowel buiten als in den tijd, dat hij deelneemt aan eene zeereis, de volle 70 pet. van zijn dagloon worden toegekend. De losse zeevisscher, die een ongeval krijgt buiten den dat hij deelneemt aan eene zeereis, ontvangt eene uitkeetijd, ring, indien hij gedurende meer dan twee opeenvolgende dagen na het ongeval ongeschikt is om den arbeid te verrichten, waarmede hij vóór het ongeval gewoonlijk in zijn levensonderhoud voorzag. Was de losse visscher dus vóór het tijdstip van het ongeval gewoonlijk als haringpakker of als timmerman of anderszins werkzaam, dan moet worden beoordeeld of hij na het ongeval in staat is om als haringpakker enz. in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij ontvangt de uitkeering over de dagen van zijne ongeschiktheid tot werken, te rekenen van den dag na het ongeval af. Is bij hem vóór den 43sten dag na het ongeval een voorloopig blijvende toestand ingetreden, dan houdt de tijdelijke uitkeering op en wordt hem eene rente of eene voorloopige rente toegekend in verhouding tot de verloren geschiktheid tot werken. In geen geval kan de tijdelijke uitkeering langer duren dan 42 dagen (art. 50). Wanneer de getroffene iets heeft kunnen verdienen gedurende de dagen waarop hij recht had op eene tijdelijke uitkeering, dan ontvangt hij in plaats van 70 pet. van zijn
dagloon, slechts 35 pet.
Mocht de
hier bedoelde losse visscher verzekeringsplichtig zijn volgens de Ziekteverzekeringswet, dan geldt het bovenstaande te zijnen aanzien niet, maar ontvangt hij de schadeloosstelling waarop hij volgens die wet recht heeft, van de ziekenkas, waarbij hij verzekerd is (zie ook op art. 57).
Artikelen 35, 38 en 39. bedrijfsongeval
getroffen
Wordt een buiten den
vaste zeevisscher door een dat hij deelneemt aan
tijd,
dan ontvangt hij volgens artikel 35 een tijdelijke indien hij gedurende meer dan twee opeenvolgende dagen na het ongeval ten gevolge daarvan ongeschikt is om den arbeid te verrichten, waarmede hij vóór het ongeval gewoonlijk in zijn levensonderhoud voorzag. Overkomt hem een ongeval aan boord van een vaartuig, dat hem tijdens eene zeereis heeft opgenomen (art. 2 onder 3".), dan beoordeelt de geneeskundige of het ongeval ten gevolge heeft, dat de opgenomen zeevisscher ongeschikt is om in het zeevisschersbedrijf te werken. De tijdelijke uitkeering eindigt in elk geval met het einde van het seizoen, gedurende hetwelk het bedrijf wordt uitgeoefend, waarin de verzekerde werkzaam was op het tijdstip, dat hem het ongeval trof (art. 39). Is bij voorbeeld, ingevolge artikel 29 het einde van het haringseizoen bepaald op 1 5 December, dan zal een vaste zeevisscher in geen geval na dien datum eene tijdelijke uitkeering ontvangen. eene
zeereis,
uitkeering,
I.
24
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's