Sociale hervormingen - pagina 229
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
217
Uit den aard der zaak zal op Zaterdag behoefte bestaan aan verlenging van den arbeidsduur, Intusschen wordt in het ontwerp de bevoegdheid om langer dan 1 1 uur te arbeiden niet tot dien dag beperkt, omdat ook op andere dagen evenzeer aan dezelfde verlenging van den arbeidsduur behoefte kan bestaan. Wanneer niet zal worden gewerkt op den Nieuwjaarsdag, een der Kerst-, Paasch- en Pinksterdagen, dan zal op de dagen, die de genoemde voorafgaan, langer dienen te worden gewerkt dan op andere werkdagen. Intusschen moet dan reeds op 57 dagen in het jaar worden overgewerkt. Met het oog daarop komt het den ondergeteekende voor, dat toegestaan kan worden, dat op 60 dagen in het jaar zal kunnen worden overgewerkt ter keuze van den patroon, met dien verstande, dat van de bevoegdheid in geen geval meer dan tweemaal per week gebruik zal kunnen worden gemaakt. Op de vraag of er geen aanleiding bestaat om den in de meeste bakkerijen bestaanden nachtarbeid in te perken, heeft de ondergeteekende gemeend toestemmend te mogen antwoorden. Nachtarbeid toch is in de bakkerij niet noodig wegens eischen, ontleend aan het bedrijf. Wanneer nachtarbeid wordt gehandhaafd, is dit uitsluitend om des ochtends vroeg versch brood te kunnen afleveren. Bij het handhaven van die mogelijkheid nu allerminst van hygienischen is geen enkel openbaar belang aard betrokken. Integendeel, tegen de afschaffing van den nachtarbeid in dit bedrijf schijnt geen enkel openbaar belang
—
—
pogingen aangewend van den nachtarbeid in de bakkerijen te geraken. Die pogingen hebben zoo goed als geen succes gehad de tegenwerking van één patroon, die in handhaving van den nachtarbeid in zijne inrichting, wanneer zich te verzetten.
Dusver
in verschillende plaatsen
zijn herhaaldelijk
om
tot afschaffing
;
zijne concurrenten 's nachts niet werkten, een niet gering voordeel zag, heeft in den regel het streven van tal van goedgezinden doen falen. Wil men te dezer zake tot afschaffing van den nachtarbeid komen, dan dient de wet dezen te verbieden. Het ontwerp bepaalt het uur, waarop de werkzaamheden in
de broodbakkerij mogen aanvangen, op zijn vroegst op 5 uur des ochtends, met uitzondering echter van de dagen, waarop ingevolge art. 332 langer dan elf uren mag worden gewerkt, in welk geval de werkzaamheden mogen aanvangen om 2 uur des nachts. Voorts bepaalt het ontwerp, dat de werkzaamheden des avonds om 9 uur behooren te zijn geëindigd. Op dagen, waarop mannen vroeger dan 5 uur des morgens in eene broodbakkerij werkzaam mogen zijn, zullen jongens, die hun veertiende jaar hebben voleind, ingevolge art. 277 om 4 uur des ochtends het werk kunnen aanvangen. Het voorschrift van art. 337, dat het aanvangsuur van den arbeid in de broodbakkerijen op 5 of op 2 uur bepaalt, is absoluut en zal dus evenzeer gelden voor eene kleine bakkerij als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's