Sociale hervormingen - pagina 360
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
416 In het eerste lid van art. 1638^ worden de woorden: „door schuld van de zijde des werkgevers niet wordt uitbetaald uiterlijk den vierden werkdag na dien, ingevolge de artikelen 1638/, en 1638 o als dag van betaling vastgesteld, heeft de arbeider 1 638
m
aanspraak" vervangen door de woorden: „niet wordt uitbetaald uiterlijk den derden werkdag na dien, waarop ingevolge de artikelen 1638/, 16387» en 16380 de betaling had moeten geschieden, heeft de arbeider, indien deze niet-betaling aan den werkgever is toe te schrijven, aanspraak". In het tweede lid van dat artikel worden de woorden: „ten minste vier gulden per dag bedraagt" vervangen door de woorden „meer dan vier gulden per dag bedraagt". In art. 1638 r, 5 worden de woorden: „en mits de levering door den werkgever niet uit winstbejag zij geschied;" vervangen door de woorden: „en mits de werkgever niet meer berekene dan den kostenden prijs, en die prijs niet hooger zij dan die, waarvoor de arbeider zich die benoodigdheden der huishouding, grond- of hulpstoffen elders zoude kunnen aanschaffen". .
In het eerste lid van art. 1638 s wordt het woord „schadeloosvervangen door het woord: „schadevergoeding." In het derde lid van dat artikel worden de woorden: „minder bedraagt dan vier gulden per dag" vervangen door de woorden „vier gulden per dag of minder bedraagt". In het vierde lid van dat artikel wordt het woord „schadeloosstelling" vervangen door de woorden: „schadevergoeding, gelijk bij het eerste lid bedoeld". stelling"
Aan
1638/ wordt een tweede lid toegevoegd, luidende „Elk beding, waardoor deze verplichting des werkgevers zoude worden uitgesloten of beperkt, is nietig". als
art.
volgt:
In het eerste lid van art. 16380/ worden de woorden: „ten zulks, voor zoover geoorloofd, bij schriftelijke overeenkomst of bij reglement zij bedongen" vervangen door de woorden: „ten ware, voor zoover geoorloofd, het tegendeel zij bedongen".
ware
Aan
art.
16382?'
wordt een derde
lid
toegevoegd, luidende als
volgt: „Elk beding, waardoor deze verplichtingen des werkgevers zouden worden uitgesloten of beperkt, is nietig".
Het eerste lid van art. 1 63800 wordt gelezen als volgt: „De werkgever is verplicht bij het eindigen der dienstbetrekking den arbeider op diens verlangen een getuigschrift uit te reiken". In het tweede lid van dat artikel worden de woorden: „heeft de arbeider de dienstbetrekking onrechtmatig beëindigd" vervangen door de woorden „heeft de arbeider de dienstbetrekking onrechtmatig verbroken". :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's