Sociale hervormingen - pagina 117
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
379 Artikel 45. De terugbetaling geschiedt door den werkgever, wiens dienst de verzekerde door het ongeval werd getroffen. Deze werkgever kan het door hem voor den verzekerde terugbetaalde bedrag inhouden op het loon, dat hij nog verschuldigd is aan dien verzekerde. Is hij echter van den dag na het ongeval af niets meer verschuldigd aan dien getroffene, dan geschiedt de terugbetaling door den verzekerde zelf of bij zijn overlijden door zijne erfgenamen. Wanneer een verzekerde door een ongeval is getroffen en de werkgever hem niets meer verschuldigd is over den tijd, voorafgaande aan den dag na het ongeval, of na dat tijdstip, dan behoeft de werkgever niets meer te betalen. De werkgever is evenmin gehouden meer aan de Bank te betalen, dan hij aan loon aan den werkman verschuldigd is. in
Artikel 47. De kennisgeving geschiedt bij te adviseeren dienstbrief met het oog op den termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld ingevolge artikel 124. Is aan den vasten zeevisscher eene vaste of voorloopige rente toegekend dan verhaalt het bestuur der Rijksverzekeringsbank hetgeen de verzekerde nog aan haar schuldig mocht zijn op die rente.
c.
Van de
rente.
Artikelen 49, 50 en 51. Bij het toekennen eener rente wordt onderscheid gemaakt of het ongeval een vasten dan wel een lossen zeevisscher trof Wordt een vaste zeevisscher door een bedrijfsongeval getroffen, dan ontvangt hij eene rente, indien hij ongeschikt is tot werken op den dag na dien, waarop in het seizoen, gedurende hetwelk het bedrijf wordt uitgeoefend, waarin hij werkzaam was op het tijdstip, dat hem het ongeval trof, de zeereis is afgeloopen, waaraan hij zou hebben deelgenomen indien hij niet door het ongeval
was
getroffen.
Iemand, die dus vóór den aanvang der eerste zeereis door een ongeval wordt getroffen, ontvangt eene rente, indien hij op den dag na dien, waarop die reis is geëindigd, ongeschikt is tot werken. De rente gaat in na het einde dier zeereis en eindigt wanneer de ongeschiktheid tot werken ophoudt. Art. 51 stelt het bedrag der rente vast. Is echter vóór den dag waarop bedoelde zeereis is afgeloopen bij den getroffene reeds een voorloopig blijvende toestand ingetreden, dan gaat de rente in op den dag waarop die toestand is ingetreden, doch niet vóór den dag, waarop het recht op een tijdelijke uitkeering is ingegaan. De tijdelijke uitkeering kan op haar vroegst ingaan hetzij op den dag na het ongeval (art. 35), hetzij op den dag waarop in het seizoen van het ongeval een vaartuig naar zee gaat waarmede de getroffene zou zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's