Sociale hervormingen - pagina 436
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
424 verdienen dan in lo uren hier te lande, zoodat de beste werkkrachten naar Duitschland zullen trekken. Deze redeneering is in theorie juist, maar men merkte op, dat in de praktijk in Duitschland reeds in tal van spinnerijen niet langer dan lo uren wordt gewerkt en dat ook daar eene wettelijk beperking van den arbeidsduur tot lo uren, welke reeds in Engeland en Frankrijk bestaat, in de naaste toekomst ook in Duitschland mag worden verwacht. Een eigenaardig licht zou voorts over dit argument van de Regeering worden geworpen, indien, zooals sommige leden meenden te weten, de belangrijke spinnerij- en weverijindustrie, welke zich even over onze grens in Duitschland heeft ontwikkeld, voor een goed deel uitgaat van dezelfde ondernemers die in Twente werkzaam zijn, zoodat de buitenlandsche concurrentie, welke onze industrie heet te bedreigen, metterdaad eene concurrentie van Nederlanders zou zijn. En wat het onttrekken van de beste werkkrachten betreft, ook dit als „niet denkbeeldig" gekenschetst bezwaar maakte weinig indruk. Het is waar, dat de textiel-industrie in Westfalen een goed deel van hare arbeidskrachten uit Twente betrekt, maar de meesten van die arbeiders gaan alleen naar Duitschland, omdat zij in de plaats hunner inwoning geen arbeid kunnen vinden; het belangrijk contingent arbeiders b.v. dat Losser aan de Gronausche fabrieken levert, laat zich gereedelijk verklaren uit het feit, dat te Losser zelf geen enkele fabriek is. Ook kon men bezwaarlijk aannemen, dat goede arbeidskrachten, die hier te lande werk kunnen vinden, voor het zeer geringe meerdere loon dat de langere arbeidsdag in Westfalen, waar overigens de arbeidsvoorwaarden niet gunstiger zijn dan in Twente, hun zou opleveren, dagelijks door weer en wind in den vroegen morgen van huis zouden willen gaan en hun huiselijk middagmaal zouden opofferen. Andere leden betoogden tegenover deze uiteenzetting, dat, al moge dan wellicht de berekening krachtens welke de productie bij invoering van den lo-urigen arbeidsdag met lo pet. zou verminderen, niet van eenige overdrijving zijn vrij te pleiten, het feit toch niet kan worden weggecijferd, dat vermindering van dien maatregel het gevolg zou zijn. En ook de kleinste productievermindering is bij de textiel-nij verheid, waarbij eene zoo uiterst felle concurrentie wordt gevoerd, van ver strekkende gevolgen. De in de Memorie van Toelichting aangegeven middelen om aan die vermindering tegemoet te komen, te weten bij plaatsing van meer werktuigen en vervanging van alle werktuigen door
van de allernieuwste vinding, zullen niet alleen, zooals de Regeering zelve erkent, uiterst kostbaar zijn, maar zij zullen bovendien niet tot het beoogde doel leiden. Vermeerdering van werktuigen zal in het minst geen voordeel opleveren, want de uitkomsten van het bedrijf zijn natuurlijk afhankelijk van de productie welke per machine verkregen wordt en deze is bij i,s machines volmaakt dezelfde als bij lo. Weinig beter is het gesteld toestellen
,
^
.
j
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's