Sociale hervormingen - pagina 443
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
431
spraken er hunne bevreemding over uit voorwaarden aan de uitoefening van de daarin gegeven bevoegdheid waren verbonden, thans niet alleen die voorwaarden behalve die omtrent het aantal uren gedurende welke mag worden gespeet niet in het ontwerp zijn overgenomen, maar het stellen van nadere voorwaarden geheel aan het oordeel des Ministers wordt overgelaten. Zelfs de destijds in bijzonderheden geregelde voorwaarde, dat het hoofd of de bestuurder gedurende den tijd, waarin van de bij art. gegeven bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, aanwezig moet zijn ter plaatse, waar in of voor het bedrijf of de onderneming door eene vrouw haring wordt gespeet, is thans prijs gegeven. En wat de door den Minister aan de vergunning te verbinden voorwaarden betreft, werd opgemerkt, dat die vergunning niet in het Staatsblad zal worden bekend gemaakt, zoodat zij niet aan de openbare kritiek zal zijn onderworpen. In plaats van vooruitgang scheen hier dus veeleer eene schrede achterwaarts waar te nemen. Gaarne zou men omtrent een en ander nader worden ingelicht. ]Met betrekking tot het noemen van de gemeenten, waarvoor de vergunning zal kunnen worden verleend, werden gelijke opmerkingen gemaakt als bij het laatste lid van art, 276 van het ontwerp.
Verscheidene leden
'dat,
terwijl in het Speetbesluit verschillende
—
—
i
Art. 285. Wasch- bleek- en s trijkinrichtingen Sommige leden waren van oordeel, dat de redenen, waarom bij de begunstigingvan het klein-bedrijf verder zou moeten worden gegaan dan thans .
reeds ingevolge de bestaande Arbeidswet geschiedt, nadere toelichting behoeven. Waarom moet juist met betrekking tot de wasch-, bleek- en strijkinrichtingen het klein-bedrijf worden bevoordeeld ? In de grootere inrichtingen van dien aard zijn, naar men meende, de voorwaarden waaronder gearbeid wordt in den regel gunstiger dan in de kleinere. De redactie van de tweede zinsnede scheen minder nauwkeurig de woorden „slechts geschieden" behooren, meende men, verplaatst te worden en tusschen „namiddag" en „indien" te staan. Voorts trok het de aandacht, dat in deze zinsnede gesproken wordt van „hare werkzaamheden", hetgeen een ruimer begrip omvat dan de in de Memorie van Toelichting gebezigde uitdrukking „die arbeid", welke uitsluitend op het strijken ziet.
Art. 286. Inrichtingen gedreven door wind- of waterkracht. Gaarne zou men vernemen, hoe de Minister zich voorstelt, dat zal kunnen worden nagegaan, of metterdaad het gemis van voldoende wind- of waterkracht de jongens of meisjes heeft belet in het bedoelde tijdperk tien uren arbeid te verrichten. Men meende, dat, voor zoover de door waterkracht gedreven inrichtingen betreft,
de controle vrijwel onuitvoerbaar zou zijn en dat daar dus de beslissing geheel aan het oordeel van het hoofd of deti
feitelijk
bestuurder zal worden overgelaten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's