Sociale hervormingen - pagina 127
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
ii7
voor den werkgever om nieuwe arbeidskrachten, en voor den arbeider om een nieuwen dienst, te bekomen.
uiterst moeilijk
Art. 1639/è. Deze bepaling stemt overeen met de voorschrifin buitenlandsche wetten en ontwerpen voorkomende. In verband met art. 1638 a volgt uit dit artikel, dat de werkgever loon heeft uit te betalen, berekend tot den dag van het overlijden des arbeiders. ten,
Art. 1639/. Naar ons geldende recht is het twijfelachtig welken invloed de dood des werkgevers heeft op eene bestaande dienstbetrekking 1). Reeds Belinfante (Themis, 1868, bl. 357) wees op de wenschelijkheid eener wettelijke bepaling ten deze. Of de dienstbetrekking door den dood des werkgevers een einde behoort te nemen, hangt af van de strekking der overeenkomst, van de bedoeling, waarmede zij is aangegaan. Als regel mag worden aangenomen, dat de dienstbetrekking blijft
wie het tegendeel beweert, toone aan, dat dit uit de overeenkomst voortvloeit. Daaromtrent nadere aanwijzingen te geven, gelijk in art. 2659 van het Ontwerp 1820 en in art. 347 van het Zwitsersche Verbintenissenrecht is geschied, schijnt niet wenschelijk, met het oog op de verscheidenheid der gevoortduren
;
vallen die zich kunnen voordoen. Geldt het eene dienstbetrekking voor onbepaalden tijd, dan kunnen reeds volgens den algemeenen regel zoowel de arbeider als de erfgenamen des werkgevers door opzegging de dienstbetrekking doen eindigen. Het schijnt intusschen billijk, dezelfde bevoegdheid toe te kennen ook indien de dienstbetrekking voor een bepaalden tijd is aangegaan de erfgenamen hebben wellicht weinig of geen nut van de werkzaamheden des arbeiders, en de arbeider zal vaak weinig geneigd zijn, de dienstbetrekking bij de erfgenamen voort te zetten. Daarom wordt hier, ook :
zonder toepassing van art. 1639^, aan beide partijen de gelegenheid gegeven, met een redelijken termijn hunne rechtsverhouding te doen eindigen 2). Deze bedoeling van het artikel wordt, naar het den ondergeteekende wil toeschijnen, door de thans gebezigde redactie duidelijker uitgedrukt dan door die van het OntwerpDrucker en van het Regeeringsontwerp van 1901. De invloed van het faillisement des werkgevers op eene bestaande dienstbetrekking is in art. 40 der Faillissementswet geregeld. Er bestaat geene aanleiding, daarin iets te veranderen. Eene opzettelijke verwijzing naar die bepaling wordt onnoodig geacht. Zie Diephuis, t. a. p., Dl. XII, bladz. 339. Ook in Frankrijk is er verschil 1) van meening; verg. Guillouard, t. a. p., n. 731; Pic. t. a. p., bladz. 426; Cornil, t. a. p., bladz. 346; Hubert-Valleroux, t. a. p., bladz. 381. 2) Eene dergelijke regeling kwam reeds voor in den Saksenspiegel, I, 22 § 2. Zie ook Stobbe, Handbuch des dentschen Privatrechts, § 18" nt. 23.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's