Sociale hervormingen - pagina 68
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
330
De wijze waarop te Pernis, bij de beugvisscherij het loon der bemanning wordt berekend is de volgende (i): Men neemt de opbrengst (in geld) der gevangen visch en trekt daarvan af: al de kosten der mondbehoeften, het vischaas, het ijs, het water, de tonnen, het gebruikte zout, huur van de beug (d. i. hetvischtuig), bedragende ± f 240 per jaar, de helft van de kosten van schoonmaken van het schip op de helling, havengeld, tafelgeld (eene fooi voor de jongens,) schoonmaken van koksgoed (reparatie en schuren =t f 12); het verbruikte aantal vischhaken met touwen, de slijtage aan loopend want, lampen, kompas en octant, de onkosten van verlichting, verwarming, reisgeld der bemanning, kleine reparaties en meerdere kleinere exploitatiegelden. Bovendien wordt afgetrokken f i per 1000 hoeken, die bij de visscherij zijn verloren gegaan. Wat daarna van de opbrengst overblijft, komt voor 36 pet. aan de reederij, voor 64 pet. aan de bemanning (inclusief den schipper.) De 64 pet. wordt daarna op zeer gecompliceerde wijze onder de bemanning verdeeld. Ieders deel is afhankelijk van het aantal „lijnen," waarop hij recht heeft. De verhouding is als volgt: de schipper 16 lijnen 7 matrozen, ieder 12 lijnen 84 „ I oude jongen of oudste o of „
...
.
I
.
.
i
middelste
1
inbakker (2) kleine jongen
1
speeljongen
I
.
1
1
7
„
5
„
3
„
i
„
126 of 127 lijnen.
De
schipper ontvangt alzoo
bovendien
f
reederij f 32,
i
—— -
7:
X
^4 pct. Hij ontvangt
per 1000 verloren gegane hoeken, benevens van de zoogenaamd vergoeding voor een bak want.
Tot de tweede rubriek van zeevisscherij behoort de visscherij langs de Noordzeekust, op de Zuiderzee, langs de kusten van Friesland en Groningen en op de Zeeuwsche en Zuidhollandsche stroomen. Deze visscherij, gewoonlijk het geheele jaar door uitgeoefend, geschiedt met kleine vaartuigen, welke naar gelang van den aard der visscherij en der zee waarop ze varen, bemand zijn met 2 tot 5 personen en bekend staan onder de benaming van schokkers, botters, jachten, aken, punters, garnalenbootjes, blazers, enz. (i) Zie
Schippers,
Bijdragen
tot
het
privaatrecht
der
zeevisscherij,
proefschrift
Amsterdam 1900, bladz. 95. Een voorbeeld van loonsverdeeling bij de beug- en haringvisscherij te Vlaardingen vindt men bij HooGENDijK Jr., de Grootvisscherij op de Noordzee, bladz. 224 en 275. (2) Somtijds krijgen de inbakker en de kleine jongen ieder 4 jongen en de speeljongen ieder 2 lijnen.
lijnen,
of
de kleine
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's