Sociale hervormingen - pagina 221
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
21
I
minder bezwaar opleveren, hier zou een dergelijke regeling in de practijk niet beantwoorden. In Duitschland heeft de werkgever het recht een rentekaart aan te vragen voor den werkman, indien deze geen rentekaart heeft of haar niet overleggen wil (i). Wordt in het oog gehouden, dat men hier te doen heeft met een werkman, die onwillig is en van wien dus geen inlichtingen te wachten zijn, dat zelfs de juiste naam van den werkman niet aan den werkgever bekend behoeft te zijn, dan ligt het voor de hand, dat dit in de practijk groote bezwaren oplevert. In de toelichting der novellen van 1899 werd door de Regeering erkend, dat de werkgever niet altijd in staat is de opgaven te doen, noodig voor de uitreiking eener kaart aan den werkman in zijn dienst. Kaarten op zulk een wijze uitgegeven zouden later aan de Bank groote moeilijkheden veroorzaken. Bovendien zou het voor de met de uitreiking der rentekaarten belaste ambtenaren of commissies niet mogelijk zijn te beoordeelen of de betrokkene werkman in den zin der wet was en, zoo ja, of hij verzekeringsplichtig was. De betrokkene kan in dienst van verschillende werkgevers tegelijk zijn en meer dan 1000 gulden per jaar verdienen hij wellicht invalide, zoodat hij is niet verzekerd mag worden. De voorgestelde regeling heeft ook dit voordeel, dat een werkman geen moeite heeft werk te vinden, omdat hij nog geen rentekaart heeft. Moet de werkgever een rentekaart voor den werkman vragen, dan zal hij om den daaraan verbonden last een werkman zonder kaart liever niet te werk stellen; thans zal het niet hebben van een kaart geen bezwaar opleveren, omdat de werkman zelf zorgen moet dat hem een kaart wordt uitgereikt. ;
Art. 85. Blijft de werkgever of hij, die krachtens aanwijzing van den werkgever als werkgever geldt of die als werkgever beschouwd wordt (art. 94 en vlg.), in gebreke de achterstallige premiën of het verschil tusschen de betaalde en de verschuldigde premiën te betalen, dan zal tegen den werkgever een dwangbevel kunnen worden uitgevaardigd. De bevoegdheid om den werkgever te executeeren is noodig, maar in de praktijk zal daarvan weinig gebruik behoeven te worden gemaakt. De werkgever, op wien de vordering door rechtsmiddelen kan worden verhaald, zal het niet zoover laten komen en de Bank zal niet tot executie overgaan, indien er gevaar bestaat, dat de vordering met de kosten niet zal worden verhaald. De kosten van beteekening en executie komen ten laste der Bank en het fonds zou dus bezwaard worden door het executeeren van werkgevers, op wie de vordering niet kon worden verhaald. Er is een beter middel om den werkgever te (1)
§ loi
wet 1889,
§
131 wet 1899.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's