Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 191

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 191

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.

2 minuten leestijd

247

goeding streng uiteengehouden, zooals blijkt uit art. 12, dat als de niet wordt beschouwd de schadevergoeding, welke werkgever kan verlangen volgens art. 41. Daar had dus een voorschrift omtrent het vorderen van schadevergoeding naast bepalingen omtrent het opleggen van boete zin; hier daarentegen schijnt de bepaling van art. 1637 / te moeten vervallen, wanneer in het voorgaande artikel niet wordt uitgesloten, dat de opbrengst der boeten ten bate van den werkgever zal komen. Het denkbeeld werd door enkele leden te berde gebracht, den werkgever slechts dan het recht om schadevergoeding te vorderen toe te kennen, wanneer in het arbeidsreglement dit uitdrukkelijk is bepaald en alleen voor de daar aangewezen gevallen. Deze leden wenschten dat dan tevens zou worden bepaald, dat de arbeiders vóór de vaststelling over de bepalingen omtrent schadevergoeding zouden moeten worden gehoord en dat zij de vraag, of in de aangewezen gevallen het vorderen van schadevergoeding billijk is te achten, aan de beslissing van eene onparbijv. Gedeputeerde Staten of den kantonrechter tijdige macht zouden kunnen onderwerpen. Naar deze leden beweerden, is boete

het voor zoodanige autoriteit geenszins onmogelijk omtrent derge-

vragen eene beslissing te geven, deskundigen zoo noodig gehoord. Van de beslissing der bedoelde onpartijdige macht zou het dan afhangen, of het aan haar oordeel onderworpen geval al dan niet in het reglement zou worden opgenomen. Gevraagd werd, of het woord „opzettelijk" in dit artikel, hetwelk in het eerste lid van art. 1637 .? niet wordt aangetroffen, niet behoort te worden geschrapt. lijke

Art. 1637 u. De bepaling van dit artikel, in verband met de bepalingen der artikelen 1637^ en I0 37 r, deed de vraag rijzen of een beding, waarbij een arbeider eens voor al verklaart, dat hij zich met alle in het arbeidsreglement, waaronder hij werkt, te brengen wijzigingen kan vereenigen, als een nietig beding zou zijn aan te merken.

Vierde afdeeling.

Van verschillende zijden verklaarde men zich teleurgesteld, dat bepalingen, als waren opgenomen in art. 1638^ van het Regeeringsontwerp 1901 en art. 33 van het ontwerp-DRUCKER, in het thans ingediende voorstel niet voorkomen. Blijkens de Memorie van Toelichting heeft de Minister tot overneming geene vrijheid kunnen vinden, omdat deze bepalingen verplichtingen behelzen, waarvan het publiekrechtelijk karakter te zeer op den voorgrond treedt om ze in dit privaatrechtelijk ontwerp op haar plaats te kunnen achten en deze verplichtingen des werkgevers niet berusten op de gesloten overeenkomst, doch op burgerzin en naastenliefde.

Men kon

de juistheid van

dit

betoog niet toegeven en meende,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 191

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's