Sociale hervormingen - pagina 295
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
283
aan den nachtarbeid voorafgaande en de daaropvolgende 1 2 uren door de personen, wien de uitzondering geldt, geen arbeid wordt verricht.
In 7vinkels mogen personen beneden den leeftijd van 16 jaar, vrouwen en meisjes niet langer werken dan 52 uren per week, of 9 uur per dag (in beide gevallen exclusief rusttijden). Eén dagper week mag het werk uren duren en wanneer een algemeen erkende feestdag op een anderen dag dan Zondag valt, dan mag uren duren, wanneer de winkel op de arbeid op twee dagen den algemeenen feestdag gesloten blijft. Personen onder 16 jaar, vrouwen en meisjes mogen in winkels 1 1
1 1
dan van minstens \ niet langer
5
uur onafgebroken werken, zonder een
rusttijd
uur.
Met schriftelijke toestemming van den hoofdinspecteur kan per dag 3 uur overgewerkt worden het totaal aantal dezer dagen, waarop overgewerkt wordt, mag niet meer dan 40 per jaar ;
bedragen.
Personen onder 16 jaar, vrouwen en meisjes mogen, wanneer op denzelfden dag eerst in eene fabriek of werkplaats hebben gewerkt gedurende 8 uren, daarna in het geheel geen arbeid meer in een winkel verrichten en, hebben zij minder dan 8 uur in eene fabriek of werkplaats te voren gewerkt, dan mogen zij daarna nog slechts zóó lang in een winkel werken, dat de gezamenlijke duur van den arbeid in de fabriek of werkplaats en in den winkel niet meer bedrage dan 8 uur. zij
§
2.
Van den arbeidsduur van mannen
bij
nachtarbeid en
in voor de gezondheid schadelijke bedrijven.
Engeland. Alleen ten aanzien van voor de gezondheid schadebedrijven kunnen krachtens sect. 79 j. sect. 83 der Factory and Workshop Act 1901 voor volwassen mannen door den Secretary of State reglementaire voorschriften worden gemaakt, wat betreft den arbeidsduur. Aangaande de wijze, waarop deze reglementen onder de wet van 1901 tot stand kunnen komen, zij verwezen naar wat hieromtrent is vermeld onder hoofdstuk III. Vóór het jaar 1897 hebben de hoofdinspecteurs der fabrieken, speciale voorschriften ten aanzien van onderscheidene gevaarlijke bedrijven uitgevaardigd. In 1895 werd door den Secretary of State aan eene commissie opgedragen een onderzoek in te stellen naar de arbeidsvoorwaarden in verschillende gevaarlijke bedrijven en maatregelen voor te stellen, die krachtens sect. 8 van de wet van 1891 zouden kunnen genomen worden, ten einde de bescherming van de arbeiders in die bedrijven te verzekeren, wanneer daarvan de noodzakelijkheid was aangetoond. Van deze commissie verscheen in 1896 en in 1897 een uitvoerig lijke
rapport.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's