Sociale hervormingen - pagina 124
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
I
12
artiken. Alleen moge hier worden vermeld, dat ingevolge de bedoelde artikelen niet alleen eischen zullen kunnen worden gesteld aan de werktuigen, gereedschappen en voorwerpen, die gebruikt worden bij het laden en lossen van schepen, maar dat ook bepalingen zullen zijn uit te vaardigen, die b.v, waarborgen, dat de arbeid hetzij in het ruim van het schip, hetzij aan den wal, bij voldoende verlichting plaats hebbe indien bij avond of nacht wordt gearbeid.
die
VI. Regeling van arbeidsduur voor personen, werkzaam bij een openbaar middel van vervoer. Ook ten aanzien van personen, werkzaam bij eenig openbaar vervoermiddel, moet meer dan thans geschiedt de arbeidsduur worden beperkt. Thans bestaan beschermende bepalingen voor twee categorieƫn van personeel in dienst van openbare middelen van vervoer. Tot de eerste categorie behooren de personen, werkzaam bij de gewone spoorwegen tot de tweede categorie behoort het personeel, werkzaam bij de spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd. Met betrekking tot het personeel bij de gewone spoorwegen geldt thans het navolgende. Geregeld zijn de dienst- en rusttijden van beambten en bedienden der spoorwegdiensten, die belast zijn met de uitoefening van den dienst of met de zorg voor het veilig verkeer. Die regeling komt hierop neer: ;
Voor stationsbeambten en -bedienden (als wissel-, seinhuisi". en overwegwachters, rangeerders, telegrafisten), wier diensten naar het oordeel van den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid na verhoor van de bestuurders van den spoorwegdienst medebrengen, dat zij onafgebroken inspannenden arbeid hebben
te verrichten,
a.
geen
h.
in elk
meer dan
diensttijd
mag
meer dan o achtereenvolgende uren bedragen i
etmaal de gezamenlijke duur van de diensttijden niet
lo uren bedragen.
voor de andere personen
2".
geen
a.
diensttijd
mag
meer bedragen dan
16 achtereenvolgende
uren h.
lijke
in elk tijdvak van 3 achtereenvolgende etmalen de gezamenduur van de diensttijden niet meer dan 42 uren bedragen;
c. in elk tijdvak van 14 achtereenvolgende etmalen de gezamenlijke duur van de diensttijden niet meer dan 168 uren bedragen ;
voor de onder i". en 2". bedoelde personen moet tusschen opvolgende diensttijden een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren zijn gelegen, waarin de personen geheel vrij zijn van eiken dienst en elke bemoeienis met den spoorweg; 3".
elke
2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's