Sociale hervormingen - pagina 412
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
;
:
468 Artikel
Onder vast
werkman
verstaat geldelijk loon
3.
deze wet ieder,
hetzij
man
of
in of ten behoeve van eene vrouw, die tegen binnen het Rijk gevestigde onderneming of inrichting werkzaam of binnen het Rijk in eene dienstbetrekking is, voor zoover de duur der arbeidsovereenkomst ten minste zes dagen is. Wanneer een persoon in een tijdvak van veertien dagen op ten minste tien dagen tegen loon in of ten behoeve van dezelfde onderneming of inrichting werkzaam of in dezelfde dienstbetrekking is geweest, wordt zijne werkzaamheid of zijn dienst in dat tijdvak in elk geval geacht het gevolg van slechts ééne arbeidsovereenkomst te zijn geweest. Onder werkgever verstaat deze wet ieder, natuurlijk of rechtspersoon, in of ten behoeve van wiens onderneming of inrichting een vast werkman werkzaam is of tot wien een vast werkman
dienstbetrekking staat. verzekeringsplichtige in of ten behoeve van eene onderneming of inrichting werkzaam of in eene dienstbetrekking is en zijn verzekeringsplicht daarvan niet het gevolg is, wordt hij ten aanzien van het hoofd of den bestuurder van die onderneming of inrichting of van dengene tot wien hij in die dienstbetrekking staat, geacht geen vast werkman te zijn. Onder loon verstaat deze wet ook eene aanmoediging aan een leerling te geven ingevolge eene leerovereenkomst, welke overeenkomstig de Arbeidswet 1905 is gesloten. in
Wanneer een
Artikel
4.
Voor de toepassing dezer wet worden gehuwde en tafel
tele
en
niet van bed gescheiden vrouwen, minderjarige en onder cura-
gestelden,
die verzekeringsplichtig zijn of wier verzekering
na het ophouden van den verzekenog voortduurt, en die verblijf houden op eene andere waar zij volgens artikel 78 van het Burgerlijk Wetboek woonplaats hebben, geacht woonplaats te hebben daar, waar ter
voldoening aan artikel
1
ringsplicht plaats dan zij
werkelijk verblijven.
Artikel
Niet verzekeringsplichtig
5.
is
a. degene, die zelf of wiens niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot krachtens de wet van 2 October 1893 {Staatsblad n. 149) tot heffing eener belasting op bedrijfs- of andere inkomsten over het loopende dienstjaar of, zijn de aanslagbiljetten over dat jaar nog niet uitgereikt, over het voorgaande dienstjaar volgens artikel qA dier wet is aangeslagen naar inkomsten van 1200 gulden of meer; b. degene, die zelf of wiens niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot in de vermogensbelasting is aangeslagen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's