Sociale hervormingen - pagina 334
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
blaam wegens het niet nakomen der wet kan treffen. de bespreking van de toepasselijkheid der bepalingen van het ontwerp op de gemeentebedrijven (zie § 5) werd er op gewezen, dat voor de uitvoering van meer dan ééne bepaling de medewerking van den gemeenteraad zal worden vereischt hetzelfde zal zich kunnen voordoen met betrekking tot vennootschappen, waarbij ook menigmaal de directie van besluiten van aandeelhouders afhankelijk zal zijn. In zoodanig geval ware het geenerlei
Reeds
bij
onbillijk,
hem
die misschien alle moeite heeft aangewend om de te verzekeren, te straffen voor het geheel bui-
nakoming der wet
ten zijn schuld gepleegde strafbaar feit. Gevraagd werd daarom of eene eenigszins uitvoerige regeling van de aansprakelijkheid van het hoofd of den bestuurder niet mogelijk zou zijn, en of niet althans het in art. 5 i van het Wetboek van Strafrecht neergelegde beginsel, dat vrij uitgaat de bestuurder of commissaris, van wie blijkt dat de overtreding buiten zijn toedoen is gepleegd ook in het tegenwoordig ontwerp zou kunnen worden gehuldigd. Voor gemeentebedrijven en sommige takken van 's Rijks dienst als b.v. de intercommunale telephonie scheen overigens de bepaling van art. 417 weinig te passen; is het de bedoeling der wet, dat de directeur van zoodanig bedrijf als hoofd of bestuurder kan worden aangemerkt, dan zal, meende men, het gemeentebestuur, respectievelijk de Regeering, hem als zoodanig moeten
aanwijzen en zal die aanwijzing niet van zijn eigen goedvinden mogen worden afhankelijk gesteld. Zoo zegt verder art. i, dat onder „arbeid" alle werkzaamheden worden verstaan, verricht in of ten behoeve van eenig bedrijf, terwijl dan in art. 4 verscheidene van die werkzaamheden wederom verklaard worden niet onder het begrip arbeid in den zin der wet te vallen. Beter scheen het dan, op het voetspoor van het bepaalde bij art. 2 9 der Veiligheidswet, te verklaren dat de wet op de in art. 4 bedoelde werkzaamheden niet van toepassing zal zijn. Ook het feit, dat in art. 9 in plaats van „arbeid verrichten" de uitdrukking „pleegt gewerkt te worden" wordt gebezigd, scheen aan te duiden, dat de ontwerper zelf aan de voorgestelde definitiën niet gestreng de hand heeft gehouden. Er waren overigens leden, die, ofschoon van het geven van definities op zich zelf niet afkeerig, het niet konden goedkeuren, dat daardoor aan sommige woorden eene beteekenis is gegeven welke somtijds niet onbelangrijk afwijkt van die welke men in het dagelijksch leven aan die woorden pleegt toe te kennen. ^''rij algemeen werd geklaagd over de talrijke verwijzingen, welke in het wetsontwerp voorkomen. Men erkende, dat verwijzingen niet altijd te vermijden zijn en dat het raadplegen der wet daardoor ook niet altijd wordt bemoeielijkt, maar het tegenwoordig ontwerp scheen er wel eenigszins kwistig van voorzien en de duidelijkheid leed daarvan ernstig schade. Zoo verwijst b.v. art. 341 naar art. 339; dit weder o. a. naar art. 325, dat opzijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's