Sociale hervormingen - pagina 407
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
395 zien
een
Art.
niet
gesloten
Waar
privaat eigenaardige bezwaren oplevert.
ook in arbeiderskringen de begrippen maar al te vaak niet goed uit elkaar worden gehouden, scheen de bepaling van dit artikel
124.
juist
„tocht" en „versche lucht"
plegen te aan sommige leden te kras. Art.
127.
Opgemerkt werd, dat
in dit artikel
nagenoeg
alles
aan den bevoegden ambtenaar wordt overgelaten. Hij zal hebben hij zal ook te oordeelen te beslissen, of maatregelen noodig zijn hebben over de doelmatigheid van de genomen maatregelen. Gevraagd werd, aan welke maatregelen de Minister hier gedacht heeft; dat die niet, althans in algemeene trekken, in een algemeenen maatregel van bestuur zouden kunnen worden vastgelegd, kon men bezwaarlijk aannemen. Men vroeg voorts, waarom niet het meest afdoende voorschrift wordt gegeven en het spuwen in fabrieken en werkplaatsen verboden wordt. Eindelijk werd nog gevraagd, waarom in dit artikel de bevoegde ambtenaar zoozeer op den voorgrond wordt gesteld, terwijl dat in andere artikelen niet het geval is. Waar b.v. art. 135 voorschrijft, dat afval spoedig moet worden verwijderd, zal het wel eveneens de bevoegde ambtenaar zijn, die heeft uit te maken wat onder „spoedig" is te verstaan, maar in dat artikel wordt niettemin van dien ambtenaar geen melding gemaakt. ;
Art. 134. De opmerking werd gemaakt, dat het aan art. 16, onder 4, van het Veiligheidsbesluit ontleende voorschrift, dat een werklokaal met aanhoorigheden, alsmede privaten en urinoirs zooveel mogelijk stofvrij moeten worden gehouden, indien het niet uitsluitend als een phrase is te beschouwen, veel te ver gaat. Art. 136. Sommige leden zouden het witten, afwasschen of op andere wijze reinigen van de wanden en de zoldering van een werklokaal ten minste eenmaal 's jaars willen doen geschieden. Art. 137. Gevraagd werd, op welken grond deze bepaling, welke overigens voor alle fabrieken of werkplaatsen, waarin
een werklokaal als bedoeld in art. 121, voor die, waar de dampkringslucht verontreinigd kan worden door stof van tabak, eene uitzondering maakt. Voorts zou men gaarne vernemen, of het ook hier weder de bevoegde ambtenaar zal zijn, die moet beshssen, of in de waschgelegenheid verwarmd water moet kunnen toevloeien. Eenige leden stelden nog de vraag, of, waar dit artikel vrij hooge eischen stelt, eene overgangsbepaling voor reeds bestaande fabrieken en werkplaatsen wel kan worden gemist. Zij meenden. arbeiders
werkzaam
van toepassing
zal
zijn in zijn,
alleen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's