Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 218

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 218

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.

3 minuten leestijd

208

Wordt de milicien dus verzekerd tusschen het tijdstip van oproeping en dat, waarop hij onder de wapenen of in werkelijken dienst komt, dan betaalt het Rijk geen premiën voor hem. De Duitsche wet (i) bepaalt, ten einde misbruiken te voorkomen, dat de diensttijd niet als bijdragetijd in aanmerking komt, indien de betrokkene vóór zijn in dienst treden slechts tijdelijk een is.

waardoor hij verzekeringsplichtig was. De overgenomen, omdat het hoogst moeilijk is uit maken of de milicien vóór zijn in dienst treden tijdelijk bijv. uitoefende,

bedrijf

bepaling te

is

niet

loonarbeid heeft verricht, alleen om g"edurende zijn diensttijd kosteloos ten laste van het Rijk verzekerd te worden een dergelijke regeling zou ook slecht passen in het stelsel van het tweede lid van art. i. Wordt de betrokkene echter verzekerd nadat hij 07ider de wapenen geroepen is, dan bestaat er alleszins reden om aan te nemen, dat dit geschied is uitsluitend om gedurende eenigen tijd op kosten van het Rijk verzekerd te worden. Dat de verzekering van den betrokkene vervalt tusschen het tijdstip der oproeping en dat waarop hij onder de wapenen of in werkelijken dienst komt, is in het afgetrokkene mogelijk, maar zal in de practijk vermoedelijk nooit voorkomen. De verzekering kan toch niet vervallen, indien de verzekerde niet den wil daartoe te kennen geeft, en dit zal geen verzekerde doen als hij op het punt staat onder de wapenen te komen, daar dan niet aanwezig zou zijn de bij art. 82 gestelde voorwaarde voor premiebetaling door het Rijk. Al is de betrokkene voornemens de verzekering niet voort te zetten bij zijn terugkeer in het burgerlijk leven, brengt zijn belang mede dat over zijn werkelijken diensttijd de premiën betaald worden door het Rijk, omdat hij later wellicht de verzekering hernieuwen zal. Mocht een verzekerde, uit onbekendheid met de wet, nadat hij opgeroepen is om onder de wapenen te komen de verklaring willen afleggen, dat hij de verzekering als vervallen beschouwt, dan zal hij er op gewezen worden, dat dit niet in zijn belang is. Legt de verzekerde niettemin de verklaring af, dan zal het Rijk geen premiën voor hem betalen. Hij, die zich vrijwillig verzekerd heeft, is evenals de verzekeringsplichtige „krachtens deze wet" verzekerd en het Rijk betaalt dus ook voor hem, hoewel hij geen werkman is, de premiën, alsof het Rijk werkgever ware. Komt de milicien voor de tweede of derde maal onder de wapenen of in werkelijken dienst, dan beslist telkenmale de toestand op de tijdstippen, waarop hij opgeroepen wordt en waarop hij onder de wapenen of in werkelijken dienst komt. Het geval kan zich dus voordoen dat over den duur van het eerste verblijf onder de wapenen of in werkelijken dienst wèl, over dien van en het tweede geen premiën door het Rijk betaald worden ;

;

omgekeerd. (i) §

17

wet 1889 en § 30 wet 1899.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 218

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's