Sociale hervormingen - pagina 282
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
270
De wet van
30 Maart 1903, betreffende kinderarbeid in induswaarvan reeds in het vorige hoofdstuk sprake was en waarvan de bepalingen zich uitstrekken over die bedrijven, welke niet door de Gewerbeordnung worden bereikt, bevat ook bepalingen ten aanzien van den maximum-arbeidsduur, doch alleen voor vreemde kinderen, dat zijn zij, die niet in het bedrijf hunner ouders werkzaam zijn. Kinderen boven 12 jaar dus zij die nog leerplichtig zijn en voor wie de arbeid niet geheel verboden is, mogen niet tusschen 8 uur 's avonds en 8 uur 's morgens en niet vóór het voormiddag-onderwijs arbeid verrichten. De arbeid mag niet langer dan 3 uur per dag en gedurende de vacantie niet langer dan 4 uur per dag duren. Des middags moeten die kinderen in elk geval 2 uur rust hebben en des namiddags mag eventueele arbeid eerst een uur, nadat het onderwijs is geëindigd, een aanvang nemen. Binnen 2 jaar na het in werking treden dezer wet (dat bepaald is op I Januari 1904) zal de Bondsraad enkele uitzonderingen op sommige bepalingen kunnen toestaan. En ook na dien tijd zal dit onder door de wet genoemde voorwaarden mogelijk zijn. Wat betreft den arbeidsduur van vrouwen, meisjes en jongens in winkels, zij verwezen naar § 3 van dit hoofdstuk; de daar genoemde bepalingen gelden voor alle handelsbedienden zonder onderscheid van geslacht of ouderdom. trie ele
bedrijven,
Frankrijk. Art. 3 van de wet van 2 November 1892, zooals dat artikel luidt na de in die wet aangebrachte wijzigingen bij de wet van 30 Maart 1900, stelt voor de eerste twee jaren na dus tot i April 1902 den maximumde afkondiging der wet arbeidsduur voor jeugdige arbeiders tot den leejtijd van 18 jaar, en vrouzücn in fabrieken en werkplaatsen op 1 1 uren werk elij ken arbeid, dus buiten de rusttijden; op \o\ uur in de volgende 2 jaren en daarna op 10 uren. De arbeid tusschen 9 uur 's namiddags en 5 uur 's voormiddags
—
—
nachtarbeid beschouwd, welke verboden is voor vrouwen en voor jeugdige arbeiders van dien leeftijd. De wet van 2 November 1892 bepaalt in art. 4, 2de lid, dat wanneer in 2 ploegen gewerkt wordt, die elk niet meer dan 9 uren arbeid per etmaal verrichten, die in de vorige alinea genoemde personen van 4 uur 's voormiddags tot i o uur 's avonds werken mogen en in art. 4, 5de lid, dat ten aanzien van sommige, bij algemeenen maatregel van bestuur aan te wijzen bedrijven vergunning zal worden verleend, deze personen z'<?<?r/ö'z^r<"7Zöf nachtarbeid te laten verrichten; echter in geen geval langer dan 7 uren per etmaal. Beide bepalingen zijn bij de wet van 30 Maart 1900 na het verstrijken van een termijn van 2 jaar na de afkondiging dier wet vervallen verklaard, zoodat zij thans niet meer van kracht zijn. Echter is wel blijven bestaan de mogelijkheid om bij alge-
wordt boven
als
18 jaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's