Sociale hervormingen - pagina 454
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
442 ontbreekt. Gaarne zou men vernemen, of beide bepalingen eene even verre strekking hebben. d. De Memorie van Toelichting spreekt van lokalen waar de dampkringslucht „in hooge mate verontreinigd wordt" door stof; het artikel laat de mate in het midden en eischt alleen dat de lucht door stof verontreinigd „kan" worden. Men vroeg of de meening juist is, dat de hier bedoelde verontreiniging veel verder gaat dan die waarop gedoeld wordt in art. 121, onder d en c, en in art. 206, onder b. e.
om
Gevraagd werd, welke warmtegraad zal moeten zijn bereikt van eene „hooge temperatuur" te kunnen spreken.
f. In nog meerdere mate dan de bepaling onder e is die onder onderhevig aan subjectieve opvatting. Wat is een „vochtig of koud" werklokaal? Voorts vroeg men, of aan het woord „moet" de beteekenis is te hechten, dat de vochtigheid of koude van het lokaal door het bedrijf wordt vereischt, dan wel of de bepaling ziet op de natuurlijke gesteldheid van het lokaal en op gebrek aan verwarming.
f
Art. 311. De opmerking werd gemaakt en door verscheidene leden ondersteund, dat een maximale arbeidsduur van elf uren pet etmaal te lang is. Deze leden waren van oordeel, dat, waar in verscheidene andere Staten een algemeene normale arbeidsdag van tien uren, ja zelfs van acht uren, is aangenomen, de Nederlandsche wetgever niet van overijling zal kunnen worden verdacht, wanneer hij den arbeidsduur bij nachtarbeid en in voor de gezondheid schadelijke bedrijven op een maximum van tien uren bepaalt, en dit te minder nu de artt. 312, 319 en 322 ruimschoots gelegenheid geven om, waar de praktijk zulks metterdaad noodig mocht maken, den arbeidsduur te verlengen.
Art. 313. Bij verscheidene leden ontmoette deze bepaling afkeuring. Zij vereenigden zich ten volle met de daaraan ten grondslag liggende overweging, dat in die bedrijven, waarin de arbeiders aan buitengewoon schadelijke invloeden zijn blootgesteld, eene verdere beperking van den arbeidsduur gerechtvaardigd is dan in de inrichtingen waarop de algemeene omschrijving van art. 309, 2", van toepassing is. Maar zij achtten het verkeerd, dat de regeling geheel aan een algemeenen maatregel van bestuur wordt overgelaten. De nijverheid mag niet in zoo hooge mate afhankelijk worden gesteld van de wisselende inzichten van opvolgende Ministers, bij wier beslissing zich mogelijk nog andere overwegingen dan het belang om den arbeid te beschermen zouden kunnen doen gelden. Inzonderheid ten aanzien van dit punt zou, naar het oordeel van sommige leden, met voordeel gevolgd kunnen worden de reeds bij de algemeene beschouwingen omtrent deze paragraaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's