Sociale hervormingen - pagina 138
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
126
voor om de veenderijen weder op te nemen onder de uitzonderingen in art. i Daarna is door de heeren Goeman Borgesius en Kerdijk en eveneens door den Minister er op gewezen, dat het amendement van den heer Smidt bUjkens zijne toelichting de bedoeling voorbij streefde en dat het ware te beperken tot den arbeid in de veenderij, verricht door personen boven den leeftijd van 12 jaar, maar deze opmerkingen hebben niet tot verdere discussie of tot amendementen geleid. {Handelingen id, bladz. 934 en bladz. 945). Met 66 tegen 33 stemmen is vervolgens het amendement van den heer Smidt aangenomen. Uit deze herinnering aan hetgeen bij het vaststellen der bestaande Arbeidswet ten aanzien der veenderijen is voorgevallen blijkt wel, dat deze alleen daarom niet aan de werking der wet zijn onderworpen, omdat men destijds niet over voldoende kennis omtrent de veenderijen beschikte. Thans is zulks niet meer het geval. Door de Enquête-commissie is een zeer uitgebreid onderzoek naar den toestand in de veenderijen ingesteld en het onderzoek heeft aanleiding gegeven, dat de commissie in haar eindverslag tot de conclusie kwam, dat het wenschelijk was om art. 3 der Arbeidswet ten aanzien der veenderijen uit te breiden in dien zin, dat het verboden zoude zijn een kind beneden 1 4 jaren arbeid te doen verrichten in of voor eene veenderij, met de beperking evenwel, dat niet onder het verbod zoude begrepen zijn het verleenen van hulp bij het droogmaken van reeds gesneden of naar het droogveld vervoerde veenspecie. Tot verdere maatregelen meende de commissie niet te moeten adviseeren. Het voorafgaande toont naar de meening van den ondergeteekende genoegzaam aan, dat de werkzaamheden in de veenderij niet zonder meer buiten het bereik der wet moeten worden gebracht. Bij de toelichting van art. 64 zal nader worden in het licht gesteld welke overwegingen den ondergeteekende er toe .
hebben geleid
om
dit artikel
aldus op te nemen.
Opgemerkt werd, dat de redactie van het voorschrift vrijwel overeenkomt met een bepaling, voorkomende in art. der bestaande Arbeidswet. Toch bestaat behalve het bovenaangeteekende nog een verschil tusschen beide voorschriften. In art. der bestaande Arbeidswet worden aan de werking der wet onttrokken o, a. werkzaamheden in of voor het bedrijf van landbouw. Het ontwerp onttrekt slechts aan de werking der wet werkzaamheden in een bedrijf van landbouw zoodat derhalve werkzaamheden ten behoeve of, zooals de geldende Arbeidsi
i
—
—
wet uitdrukt voor dat bedrijf, onder de wet blijven vallen. Tot deze verscherping is overgegaan omdat alleen de eigenlijk gezegde landbouwwerkzaamheden aan de werking der wet behooren te worden onttrokken. b.
Het
hier bepaalde staat in
van een ontwerp van wet
verband met het totstandkomen wet op de mijnent-
tot wijziging der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's