Sociale hervormingen - pagina 239
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
229 tot een gelijk bedrag, omdat de bij art. 1 1 3 van verklaarde bepalingen niet zoo gunstig zijn, als die
weduwenrente toepassing
genoemd in art. 55 (zie de toelichting van art. 61). De laatste twee leden van art. 1 1 o voorzien hierin. Het onderzoek naar de gegrondheid der krachtens art. iio en art. 1 1 derde lid gedane aanvragen om rente zal aan plaatselijke commissies kunnen worden opgedragen. Deze zullen dan onderzoeken, hoofdzakelijk of de gestelde feiten juist zijn en het verzoek, met haar advies, toezenden aan het bestuur der Bank. Met het oog op eenheid van toepassing behoort de beslissing aan het bestuur te worden opgedragen. 1
,
Wordt aan hem,
die op het tijdstip van het in den leeftijd van 70 jaren bereikt heeft, een rente toegekend, zonder dat hij gestort heeft, dan behoort hij, die op bedoeld tijdstip den leeftijd van 70 jaren nog niet bereikt heeft, eveneens een rente te krijgen bij het bereiken van dien leeftijd, mits hij sedert het in werking treden van art. i geregeld gestort heeft. Hij, door of voor wien 47 premiën per jaar worden betaald, wordt in casu geacht geregeld te hebben gestort. Stort hij niet geregeld, dan zal hij de rente niet kunnen krijgen, voordat hij het voorgeschreven aantal premiën betaald heeft. Hij, die bij het in werking treden van art. i 65 jaren oud is, moet dus 235 premiën storten (art. 135); wordt hij onmiddellijk verzekerd en stort hij 47 premiën per jaar, dan kan hij de rente krijgen, zoodra hij 70 jaren oud is. De bepaling is van toepassing alleen op hem, die in het eerste jaar na het in werking treden van art. i verzekerd wordt; hij die zich verzekeren wil, zal dit in dat jaar kunnen doen. Ingevolge art. 11 o heeft hij, die op het tijdstip van het in werking treden van art. i 70 jaren oud is, alleen dan recht op een rente, indien hij aantoont, dat hij in de vijf jaren aan dat tijdstip voorafgaande 208 weken verzekeringsplichtig zoude zijn geweest, ware de verplichte verzekering vroeger ingevoerd. Hij, die bij het in werking treden van art. i 69 jaren en 1 1 maanden oud is, die vroeger nooit gewerkt heeft tegen loon van niet meer dan 1000 gulden per jaar, behoort niet recht op een rente te verkrijgen door één maand tegen loon te werken en te storten; hij zou anders in veel gunstiger toestand geplaatst zijn, dan indien hij bij het in werking treden van art, i reeds 70 jaren oud was geweest. Het derde lid van art. 1 1 1 regelt dit punt. Heeft hij minder dan 208 premieweken, dan krijgt hij de rente niet, tenzij hij aan de voorwaarden van art. 1 1 1 voldoet en tevens aantoont dat hij, ware hij bij het in werking treden van art. i reeds 70 jaren oud geweest, krachtens art. 1 1 o recht op een rente zoude gehad hebben. Kan dus hij, die bij het in werking treden van art. i den leeftijd van 69 jaren bereikt had en onmiddellijk verzekerd werd, aantoonen dat hij krachtens art. 11 o recht op
Ari.
III.
werking treden van
art.
i
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's