Sociale hervormingen - pagina 361
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
.
:
417
Aan het slot van dat artikel wordt een nieuw luidende als volgt:
lid
toegevoegd,
„Elk beding, waardoor deze verplichtingen des werkgevers zouden worden uitgesloten of beperkt, is nietig."
Tusschen de beide volzinnen van het tweede lid van art. 1639Z wordt het hiervolgende ingevoegd „Echter mag ten aanzien van arbeiders, wier in geld vastgesteld loon vier gulden per dag of minder bedraagt, de opzeggingstermijn niet langer zijn dan die in het eerste lid bedoeld, tenzij het gebruik een langeren opzeggingstermijn aanwijst, in welk geval geen langere termijn dan deze als opzeggingstermijn zal mogen bedongen worden". In den laatsten volzin van dat artikel worden de woorden „zes maanden, dan geldt een termijn van zes maanden" vervangen „geoorloofd was, dan geldt de langste gedoor de woorden :
:
oorloofde termijn".
In het eerste lid van art. 1639^ worden de woorden: „eene behoorlijke gedraging jegens den werkgever" vervangen door de woorden: „een behoorlijk optreden jegens den werkgever".
In het eerste lid van art. 1639 r worden de woorden: „eene behoorlijke behandeling van" vervangen door de woorden: „een behoorlijk optreden jegens".
1639J worden de woorden: „het lid van art. van artikel 1637^" vervangen door de woorden: 1637^ b is "
In het tweede laatste „
artikel
lid
In het eerste machtige".
lid
van
art.
1639/ vervalt net woord „eigen-
Tusschen de artikelen 1639^ en 1639 z^ wordt een nieuw 1639/ bis ingevoegd, luidende als volgt:
artikel
„Indien eene der partijen de dienstbetrekking eigenmachtig heeft verbroken en tegelijkertijd aan de wederpartij eene schadeloosstelling heeft betaald op den voet als bij het eerste lid van art. 1639^ is bepaald, heeft de wederpartij, zoo de eigenmachtige verbreking met zoodanige bijzondere omstandigheden is gepaard gegaan, dat de berokkende schade niet kan geacht worden door de ontvangen schadeloosstelling te zijn vergoed, het recht verdere vergoeding in rechte te vorderen."
Artikel VI,
Het
opschrift der voorgestelde tweede afdeeling van den tweeden van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Regts vordering wordt gelezen als volgt de wijze van „ Van titel
:
II.
27
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's