Sociale hervormingen - pagina 49
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
39 In vergelijking met andere landen, en ook buiten elke vergelijking om, hebben de vakvereenigingen op dezen oogenblik hier nog niet eene zeer gewichtige beteekenis. Nu moge het waar zijn, dat „gouverner c'est prévoir" ook althans tot op zekere hoogte geldt op het gebied van wetgeving, wat in het algemeen een deugd kan genoemd worden, zou zeer stellig
—
—
ontaarden in eene fout, wanneer de Overheid op dit terrein, waar hare roeping geene andere is dan den uit het vrije leven opgekomen drang in veilige bedding te leiden, in plaats daarvan een kunstmatigen stroom ontijdig dede ontspringen.
Naast deze principieele en naar het schijnt peremptoire reden van onthouding staat eene andere van formeelen aard, in het onderhavige geval van buitengemeen gewicht. Zij is de navolgende De vervanging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, thans vervat in de artikelen 1637, 1638 en 1639, i s urgent. Dat zooals ieder toegeeft en dagelijks meer blijkt eene regeling, bestemd om in de plaats daarvan te treden, gedurende deze loopende periode van wetgeving tot stand kome,
—
is
—
ieders wensch.
Een wensch,
die intusschen slechts dan voor verwezenlijking vatbaar is, wanneer de behandeling van het ontwerp door de Staten-Generaal niet te lang behoeft te worden uitgesteld en niet te veel tijd behoeft te vorderen. Zoowel voor het eene als voor het andere wordt beslist geëischt, dat de wetsvoordracht zoo eenvoudig mogelijk zij ingericht en moeilijke verwikkelingen daaruit zooveel mogelijk blijven geweerd. Met deze eischen nu zou de poging tot opneming in het ontwerp van eene regeling van het collectieve arbeidscontract allerminst strooken. Immers daargelaten de groote moeilijkheden aan de regeling zelve verbonden, vooral in verband met de vraag, in hoeverre eene wetsvoordracht zich met zulk een collectief arbeidscontract als verplicht contract zou moeten bezighouden met die regeling zou noodzakelijk gepaard moeten gaan niet alleen een omwerking van tal van bestaande wetten, maar ook eene voordracht tot nieuwe wettelijke voorzieningen van grooten omvang. Eene wettelijke regeling van het (verplichte) collectieve arbeidscontract, zonder dat daarnaast zou worden geregeld de verplichte vakorganisatie, de civielrechtelijke verantwoordelijkheid der vakvereenigingen, en de beslechting van economische geschillen uit het arbeidscontract voortvloeiende door scheidsgerechten, zonder dat aan het arbeidscontract zelve strafrechtelijke sanctie zou worden gegeven, om van meer niet te spreken is vrijwel ondenkbaar. Het noodzakelijk gevolg zou zijn langdurige vertraging, groote teleurstelling, hevig verzet, zoo niet erger, en, bij eventueele totstandkoming, groot gevaar van gebrekkige regeling bij ontstentenis van voldoende ter beschikking staande gegevens voor eene deugdelijke regeling.
—
—
—
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's