Sociale hervormingen - pagina 164
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
220 dat zijn,
hij
de daad
niet heeft
zijns arbeiders,
kunnen
beletten.
voor welke
Immers
aansprakelijk zoude
hij
zal dit, blijkens het vijfde
wel het geval zijn ten aanzien van de in het vierde, maar niet ten aanzien van de in het derde lid vermelde verantwoordelijkheid. Of zal wellicht ook voortaan tusschen het derde en het lid,
vierde lid een verschil blijven bestaan in dezen zin, dat voortaan de werkgevers aansprakelijk zullen zijn: i. voor de schade door hunne arbeiders veroorzaakt bij het verrichten van den
welke zij hun hebben opgedragen, en 2. voor de schade ook zonder verband met den arbeid, door hunne arbeiders veroorzaakt, gedurende den tijd, dat dezen onder hun toezicht staan? Zoo ja, dan behelst het voorstel zeker eene verandering van materieelen aard, die bovendien in het genoemde ingezonden artikel wordt dit te recht opgemerkt niet gelukkig schijnt, omdat het verband van de aansprakelijkheid van den werkgever voor den arbeider met den verrichten arbeid, zonder reden wordt losgemaakt. In overweging werd daarom gegeven hetzij het vierde lid ongewijzigd te laten, hetzij de „werkmeesters" en „knechts", door andere, die beter woorden weergeven, wat in artikel 1384 van den Code Ci vil met: „artisans" en „apprentis" bedoeld wordt te vervangen. Nog op een tweede wijziging, die volgens het gedane voorstel in art. 1 403 zal worden aangebracht, werd de aandacht gevestigd. Terwijl het slot van het bestaande 3de lid luidt „veroorzaakt in de werkzaamheden, waartoe zij dezelfde gebruikt hebben" zal dit slot worden gelezen „veroorzaakt bij het verrigten van den arbeid, welken zij hun hebben opgedragen". Gevolg van deze wijziging zal zijn, dat de schat van jurisprudentie, die zoowel hier te lande als in Frankrijk omtrent de in de geldende wet voorkomende, uit artikel 1384 van den Code Civil overgenomen, uitdrukking bestaat, geheel waardeloos zal worden. Men verzocht te mogen vernemen, waarom deze wijziging, die niet in verband met de regeling van de overeenkomst noodig schijnt, zelfs zonder toelichting arbeid,
—
—
—
—
:
:
:
is
voorgesteld.
Artikel IL
ZEVENDE TITEL
A.
Eerste afdeeling.
—
Enkele leden merkten op, dat in het ontwerp hier en daar bijv. in art. 1638 s en in de bepalingen van de zesde afdeeling de uitdrukking „dienstbetrekking" wordt van den nieuwen titel gebezigd ter aanduiding van hetgeen in de artt. 1637 en 1637 a als „arbeidsovereenkomst" wordt aangeduid. Om meer dan ééne reden zouden deze leden het wenschelijk achten, dat in talrijke bepalingen van het ontwerp de uitdrukking: „arbeidsovereenkomst"
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's