Sociale hervormingen - pagina 116
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
I04
geven. Verder te gaan en een rusttijd van dien duur verplichtend maken scheen niet wenschehjk. De werkgever heeft nu de keus tusschen een middagrusttijd van i V'2 uur, zonder art. 303 verdere verplichte rustpoozen en tusschen een middagrusttijd van ten minste een uur en verplichte rusttijd van een half uur na elke vier uren arbeid. Zeker zou het gewenscht zijn de laatste verplichte rusttijden ook voor te schrijven naast den verplichten middagrusttijd van 1^2 uur, doch nu de arbeidstijd reeds meteen uur is ingekrompen durft de ondergeteekende vooralsnog niet zoover te gaan. te
—
—
Tegen de hierboven besproken wijzigingen der bestaande Arbeidswet
zijn
bezwaren ingebracht, welke hier
niet
onbesproken
mogen blijven. De Kamers van koophandel en
fabrieken in Twenthe hebben tegen enkele hoofdbeginselen overwegend bezwaar. Deze Kamers hebben vooreerst bezwaar tegen het brengen van den leeftijd van de jongens en meisjes op 1 7 jaar, terwijl bovendien het voorschrift van art. 267, waarin de arbeidsduur voor jongens, meisjes en vrouwen wordt vastgesteld op 10 uur per etmaal, een ramp wordt genoemd voor de textielnijverheid in Twenthe. Vervolgens maken de Twentsche kamers bezwaar tegen eene regeling, welke de ondergeteekende aanvankelijk meende in het ontwerp te moeten opnemen en welke inhield, dat aan jongens, meisjes en vrouwen, werkzaam in fabrieken en werkplaatsen, op het midden van den dag een rusttijd moest worden toegekend van I uur en dat indien de werkduur meer bedroeg dan 4 uur per etmaal nog een tweede rusttijd van tenminste een half uur moest worden toegekend. Bij stoppen en weder aanzetten der
—
—
machine gaan telkens ongeveer 10 minuten verloren. Moet nu meer dan één rusttijd worden toegekend, dan beteekent dit meer dan eens genoemd tijdverlies zoowel voor den patroon als voor den arbeider. Bovendien verlangen de arbeiders niet een langeren of tweeden rusttijd; zij stellen het op prijs om een half uur vroeger naar huis te gaan liever dan tusschen de werkuren een half uur meer rust te hebben. Met betrekking tot het bezwaar om de inrichting meer dan eens per dag te moeten stoppen merkt de ondergeteekende op, dat daaraan is te gemoet gekomen door de regeling, vervat in art. 303 onder a. Met betrekking tot het bezwaar der werklieden tegen het toekennen van een tweeden rusttijd zij aangeteekend, dat voor een goed deel ook hier geldt, dat het ongekende onbe-
mind tijd
is.
van
Wanneer de arbeiders eenigen tijd aan een middagrustV2 uur gewoon zullen zijn geraakt, dan zal door hen I
meer en meer het groote nut daarvan worden gewaardeerd. Voor het overige wordt ten aanzien van de regeHng, die het ontwerp volgt ten aanzien van de rusttijden, verwezen naar de toelichting op de artt. 303 — 308.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's