Sociale hervormingen - pagina 86
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
76 heid
van den gemachtigden minderjarige
in
gelijken
geest te
wijzigen.
Derde lid. Den werkgever kan er aan gelegen zijn den juisten tekst der machtiging te kennen; vandaar de verplichting van den minderjarige den werkgever op zijn verzoek ten spoedigste een
af-
de machtiging ondershands gegeven, dan behoort de minderjarige, of, indien de werkgever zulks wenschelijk oordeelt, de vader of de voogd, het afschrift voor juist te erkennen. De billijkheid vordert, dat de partij in wier belang het afschrift wordt gemaakt, daarvan de kosten drage.
schrift te verschaffen. Is
Het zal kunnen voorkomen, dat een minderjarige 1637/2. zonder eenige machtiging eene dienstbetrekking aanvaardt, hetzij overgaat tot het treden in eene dienstbetrekking, welke niet met de voorwaarden eener gegeven machtiging is overeen te brengen. In dergelijke gevallen komt geene wettige arbeidsovereenkomst tot stand wegens de onbekwaamheid van eene der partijen om zich te verbinden. De vader of de voogd zal het in zijne macht hebben den minderjarige van den arbeid af te houden. Intusschen zal hij niet te lang met de uitoefening van de hem gegeven macht moeten wachten. Laat hij den in dit artikel gestelden termijn verloopen, dan zal hij bij den rechter beëindiging der dienstbetrekking moeten verzoeken (art. 1639 o). Het gaat toch niet aan, den vader of voogd de bevoegdheid te schenken om nog na langen tijd de door den minderjarige onbevoegd aanvaarde dienstbetrekking eigenmachtig te verbreken. De practijk eischt dat ook eene dergelijke dienstbetrekking onaantastbaar worde. De werkgever behoort niet voor langen tijd in onzekerheid Art.
hetzij
te blijven.
Dagelijks treden nu eenmaal tallooze minderjarige zonder hunne ouders of voogden daarin te kennen in dienstbetrekking en het ware eene illusie te vermeenen dat welke wettelijke regeling ook plotseling aan dit kwaad een einde zoude kunnen maken. Dergelijke gewoonten, welke ook onder vigeur van de bepalingen van dit ontwerp, zij het ook, naar de ondergeteekende zich vleit, in belangrijk minder mate, zullen blijven voorkomen, mogen allerminst uit het oog verloren worden. De feitelijk bestaande dienstbetrekking moet na verloop van eenigen tijd wettelijke sanctie kunnen verkrijgen. Deze santie bestaat volgens het ontwerp hierin dat na verloop van veertien dagen, gedurende welke de minderjarige zonder verzet van zijn vader of voogd in dienst van denzelfden werkgever arbeid heeft verricht, de machtiging geacht wordt praesumptio juris et de jure mondeling te zijn verleend, zoodat de minderjarige a posteriori bekwaam verklaard wordt tot het aangaan van de arbeidsovereenkomst, krachtens welke hij werkzaam is, en derhalve alle de bevoegdheden kan uitoefenen,
—
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's