Sociale hervormingen - pagina 297
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
285 3. dat van April 1899 (Thomasschlackenmühlen) hier arbeidsduur buiten de rusttijden op 10 uren vastgesteld; ;
4".
is
de
dat van 4 Maart 1896 (brood- en banketbakkerijen); wordt
8-^ uur 's avonds en 5-!^ uur 's ochtends gewerkt, dan arbeidsduur 12 uren, of, met inbegrip van eene pauze van 1 uur, ten hoogste 13 uren lang zijn. Na zulk eene arbeidsperiode moet gedurende 8 uren onafgebroken rust worden toegestaan. Het wekelijksche aantal van zulke arbeidsperioden mag
er tusschen
mag
de
dat van
7
niet overschrijden.
den voor elke ploeg toegelaten arbeidstijd mogen de gezellen slechts bij uitzondering en ten hoogste voor -^ uur worden gebezigd bij de bereiding van het zuurdeeg. Duurt de gewone arbeid van eene ploeg korter dan het toegelaten aantal uren, dan mogen de gezellen gedurende de resteerende tijdsruimte belast worden ook met ander werk dan dat, hetwelk zich slechts bij uitzondering voordoet (mit anderen als gelegentlichen DienstBuiten
leistungen).
Voor
in het eerste leerjaar de toegelaten arbeidshet tweede jaar i uur korter dan die voor gezellen, terwijl de onafgebroken rusttijden dan respectievelijk 2
duur
leerlingen
2
uur en
is
in
uur langer zijn. „untere Verwaltungsbehörde" kan voor ten hoogste 20 dagen per jaar, wanneer de behoefte daartoe zich buitengewoon doet gevoelen, als bij feesten of dergelijke gelegenheden, overarbeid toestaan en de werkgever zelf mag dien arbeid op 20 andere, door hem te bepalen dagen per jaar opleggen. Hierbij moet evenwel in aanmerking worden genomen, dat een dag, waarop ook slechts één gezel of leerling boven den maximumarbeidsduur moet werken in mindering van genoemd getal strekt en voorts dat op dagen, waarop o verarbeid wordt verricht behalve op den dag, voorafgaande aan Kerstmis, Paschen en Pinksteren toch aan gezellen een onafgebroken rusttijd van 8 uren en aan leerlingen een van 10 uur, wanneer zij in het eerste een van 9 uur, als zij in het tweede leerjaar zijn, moet en
I
De
—
—
—
worden toegestaan. In bakkerijen, waar aan gezellen en leerlingen des Zondags een rusttijd van ten minste 24 uren, aanvangende uiterlijk Zaterdagavond te 10 uur, wordt toegestaan, mogen de, op de twee daaraan voorafgaande dagen eindigende, ploegen ieder 2 uren boven den genoemden maximum-arbeidsduur werken, mits gezellen en leerlingen in het genot blijven van den onafgebroken rustvan 8, respectievelijk 9 en 10 uren tusschen Bovenstaande bepalingen zijn
tijd
2
arbeidsperioden.
:
ook van toepassing op arbeiders in brood- en banketbakmet arbeid, niet behoorende tot de eigenlijke bakkerij, als het bedienen van krachtwerktuigen a.
kerijen, die uitsluitend belast zijn installatiën
voor
verlichting-,
enz.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's